Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
vonnis van de kantonrechter
de vennootschap naar buitenlands recht Pec Persimmon S.A.R.L.
[gedaagde]
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
- antwoord, met producties;
- instructievonnis;
- dagbepaling mondelinge behandeling.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Amsterdam
De huurder van een appartement in een wooncomplex met 498 woningen hield een hond, ondanks een expliciet huisdierenverbod in de huurovereenkomst en het huishoudelijk reglement. De verhuurder, Pec Persimmon S.A.R.L., vorderde verwijdering van de hond, een verbod op toekomstige huisdieren, betaling van een boete en buitengerechtelijke kosten.
De huurder erkende het verbod maar stelde dat zijn hond geen overlast veroorzaakte en dat het verbod in strijd was met zijn recht op gezinsleven (artikel 8 EVRM Pro). De kantonrechter oordeelde dat artikel 8 EVRM Pro niet rechtstreeks van toepassing is op privaatrechtelijke huurrelaties en dat de contractuele afspraken gerespecteerd moeten worden.
De kantonrechter vond dat het belang van de verhuurder bij handhaving van het huisdierenverbod, mede vanwege de omvang van het complex en het voorkomen van precedenten, zwaarder weegt dan de persoonlijke belangen van de huurder. De gevorderde boete werd afgewezen omdat het boetebeding een oneerlijk beding is dat de huurder disproportioneel belast.
De huurder werd veroordeeld om de hond uiterlijk 15 december 2022 te verwijderen en een verbod op het houden van huisdieren opgelegd, met dwangsommen bij overtreding. Proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Huurder moet hond uiterlijk 15 december 2022 verwijderen en verbod op huisdieren naleven, boete- en kostenvergoedingsvorderingen afgewezen.