Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.De procedure
2.De feiten
moeder) en [de vader] (hierna:
vader) waren met elkaar getrouwd in algehele gemeenschap van goederen. [eiser] en [gedaagde] zijn hun kinderen; zij zijn tijdens het huwelijk geboren.
de woning). De woning is op 1 juli 2021 verkocht en geleverd. De netto verkoopopbrengst bedroeg € 868.700,01. [eiser] en [gedaagde] hebben ieder recht op de helft van dit bedrag. De notaris heeft de helft, € 434.350,-, aan [eiser] uitgekeerd. Hij heeft € 414.350,- aan [gedaagde] uitgekeerd en € 20.000,- op de ervenrekening gestort.
3.Het geschil
4.De beoordeling
- restant inboedel, familiefoto’s, familiebrieven en persoonlijke bescheiden,
- de (waarde van de) auto,
- het saldo van de ervenrekening,
- afrekening van de door [eiser] voorgeschoten kosten van de nalatenschappen.
8.385,55en aan [gedaagde] : € 23.838,69 minus € 4.546,86 =
€ 19.291,83.
5.De beslissing
- de tekst van [naam 1] , bij eventuele verkoop komt [gedaagde] de helft van de netto opbrengst toe,
- de helft van de familiefoto’s en familiebrieven conform de verdeling die [gedaagde] maakt; [eiser] heeft het recht om van de helft die [gedaagde] krijgt kopieën te maken; [gedaagde] moet ze daarvoor ter beschikking stellen op haar verzoek,
- de helft van de zilveren theelepels,
- de zilveren theepot,
- de glasgravure van Overhaus,
- de vleugel,
- de helft van de familiefoto’s en familiebrieven, conform de verdeling die hij maakt,
- de helft van de zilveren theelepels,
- het bankje van Berlage,