Uitspraak
beslissing
RECHTBANK AMSTERDAM
hierna: de rechters.
1.De procedure
2.De feiten
“
Geachte raadslieden,
Rechtbank Amsterdam
Verzoeker, verdachte in een strafzaak, verzocht om wraking van drie rechters van de rechtbank Amsterdam vanwege vermeende vooringenomenheid in de motivering van onderzoeksbeslissingen over onderzoekswensen, met name het vertrouwensbeginsel ten aanzien van Franse rechterlijke beslissingen.
De wrakingskamer heeft het verzoek behandeld en vastgesteld dat de motivering in een e-mail slechts summier was en nog niet volledig uitgewerkt in een proces-verbaal. De rechters hebben verklaard zich niet te zullen verschonen en hebben toegelicht dat zij naar eer en geweten hebben beslist op de onderzoekswensen.
De wrakingskamer oordeelt dat het vertrouwensbeginsel een algemeen uitgangspunt is en dat de motivering niet zodanig is dat zij kan worden opgevat als blijk van vooringenomenheid. Tevens is geen sprake van een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid. Het verzoek tot wraking wordt daarom afgewezen en deze beslissing is onherroepelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters wordt afgewezen wegens het ontbreken van een objectief gerechtvaardigde schijn van vooringenomenheid.