ECLI:NL:RBAMS:2022:6993

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
29 november 2022
Publicatiedatum
29 november 2022
Zaaknummer
C/13/722053 / FA RK 22-5302
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Klacht gegrond verklaard wegens toediening verkeerde medicatie en schadevergoeding toegekend

Verzoekster werd op 21 april 2022 opgenomen onder een crisismaatregel, verlengd en gevolgd door een zorgmachtiging. Zij diende op 15 juni 2022 een klacht in tegen de toepassing van verplichte zorg, met name het toedienen van medicatie.

De psychiater erkende aanvankelijk schriftelijk en mondeling dat verkeerde medicatie was verstrekt en bood excuses aan, maar kwam na de hoorzitting op dit standpunt terug. Verzoekster overlegde een WhatsApp-bericht van een medisch specialist waarin de fout werd bevestigd. De rechtbank oordeelt dat de instelling een fout heeft gemaakt en het vertrouwen in de behandelrelatie is geschaad.

De klachtencommissie verklaarde de klacht ongegrond, maar de rechtbank vindt dat verzoekster onterecht niet nader is gehoord over tegenstrijdige stukken. Daarom verklaart de rechtbank het klachtonderdeel over medicatie gegrond en de overige klachten ongegrond.

De rechtbank stelt de schadevergoeding symbolisch vast op €25,- wegens onduidelijkheid over de duur van de verkeerde medicatieverstrekking. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad gegeven.

Uitkomst: Klacht over toedienen verkeerde medicatie gegrond verklaard en Arkin veroordeeld tot betaling van €25,- schadevergoeding.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/722053 / FA RK 22-5302
Beschikking van 29 november 2022 van de rechtbank Amsterdam op het ingediende verzoekschrift van:
[verzoekster],
geboren op [geboortedatum] 1996 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: verzoekster,
advocaat mr. A.S. Kamphuis.
ter verkrijging van een beslissing over een klacht door verzoeker ingediend op 15 juni 2022 bij de klachtencommissie GGZ Amsterdam (hierna: de klachtencommissie).
Als belanghebbende in deze procedure wordt aangemerkt:
de zorgaanbieder Arkin,gevestigd te Amsterdam.

1.Procesverloop

De rechtbank heeft kennisgenomen van
- het verzoekschrift met bijlagen, ingediend door de advocaat van verzoekster, ontvangen door de griffie op 29 augustus 2022;
- een e-mail Arkin van 28 oktober 2022 met als bijlage medicatielijsten en een toelichting hierop.
De mondelinge behandeling van dit verzoek stond aanvankelijk ingepland op 21 september 2022 in het gebouw van de rechtbank. De zaak is toen aangehouden, omdat betrokkene ziek was maar wel gehoord wilde worden.
De nieuwe mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 31 oktober 2022. De rechtbank heeft de volgende personen gehoord:
- verzoekster;
- haar advocaat, mr. A.S. Kamphuis;
- W.J.M. De Brauw, behandelend psychiater ten tijde van de opname.

2.De feiten en omstandigheden

2.1.
Verzoekster is op 21 april 2022 opgenomen met een crisismaatregel, waarna deze op 25 april 2022 door de rechtbank is verlengd met drie weken. Op 24 mei 2022 heeft de rechtbank aansluitend hierop een zorgmachtiging verleend voor de duur van zes maanden.
2.2.
Verzoekster heeft op 15 juni 2022 een klacht ingediend tegen het toepassen van een aantal verplichte zorgvormen, waaronder met name het toedienen van medicatie.
2.3.
Door de psychiater is zowel mondeling als schriftelijk aan de klachtencommissie erkend dat er verkeerde medicatie aan verzoekster is verstrekt en dat hiervoor tijdens de opname excuses is aangeboden. Na de hoorzitting van 4 juli 2022 is hij op dit standpunt teruggekomen.
2.4.
De klachtencommissie heeft verzoekster naar aanleiding hiervan schriftelijk in de gelegenheid gesteld om te reageren.
2.5.
De klachtencommissie heeft op 27 juni 2022 een beslissing genomen en de klacht van verzoekster ongegrond verklaard. Deze beslissing is op 19 juli 2022 verzonden.

3.Het verzoek

3.1.
Het verzoek richt zich tegen de beslissing van de zorgverantwoordelijke waarin is besloten tot het toepassen van verplichte zorg, waarbij aan de rechtbank wordt verzocht om de klacht van verzoekster gegrond te verklaren en deze beslissing te vernietigen. Tevens wordt aan de rechtbank verzocht om een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding toe te kennen.
4. Beoordeling4.1. De rechtbank merkt allereerst op dat de zorgverantwoordelijke in zijn schriftelijke toelichting op de medicatielijsten verwijst naar een aantal producties, maar dat deze niet allemaal zijn ontvangen. De rechtbank heeft alleen het schrijven van 22 juni en 13 juli gericht aan de klachtencommissie gezien. Deze stukken waren terug te vinden in de bijlagen van het verzoekschrift.
4.2.
Omdat het verzoek zich met name richt tot klachtonderdeel 1 (toedienen van medicatie), zal de rechtbank zich hiertoe beperken en de overige klachtenonderdelen gezamenlijk behandelen.
Ten aanzien van het klachtonderdeel 1: toedienen van medicatie
4.3.
De rechtbank is van oordeel dat verzoekster voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de instelling een fout heeft gemaakt door aan haar verkeerde medicatie te verstrekken en dat daardoor het vertrouwen in de behandelrelatie is geschaad. Vaststaat dat de psychiater zowel schriftelijk als mondeling aan de klachtencommissie heeft erkend dat er verkeerde medicatie aan verzoekster is verstrekt en dat hiervoor tijdens de opname excuses is aangeboden. Dat hij na de hoorzitting van 4 juli op dit standpunt is teruggekomen en kennelijk pas daarna dossieronderzoek heeft gedaan, is voor de rechtbank onbegrijpelijk. Daarnaast heeft verzoekster een WhatsApp-bericht van 16 mei 2022 van een medewerker van afdeling Interne Geneeskunde van het OLVG (productie 9 van het verzoekschrift) overgelegd, waarin wordt bevestigd dat er foutieve medicatie aan haar is verstrekt en dat de behandelaren van de instelling hierop zijn gewezen. Nu de psychiater in zijn brief van 22 juni 2022 bevestigt dat er in mei overleg heeft plaatsgevonden met afdeling Interne Geneeskunde over de medicatie, heeft de rechtbank geen reden om aan de juistheid van dit bericht te twijfelen, en dat er dus wel een fout is gemaakt ten aanzien van de verstrekking van de medicatie.
4.4.
De rechtbank overweegt verder dat er tijdens de procedure bij de klachtencommissie nadere stukken zijn overgelegd die lijnrecht tegenover de eerder gemaakte excuses staan, waarna verzoekster alleen kort per e-mail gelegenheid heeft gehad om te reageren en vervolgens een aantal dagen later daarop is beslist. De beslissing van de klachtencommissie is genomen op 27 juni 2022 en verzonden op 19 juli 2022, terwijl de hoorzitting op 4 juli 2022 heeft plaatsgevonden. De rechtbank vindt deze gang van zaken opmerkelijk. Verzoekster heeft in haar e-mails van 13 juli 2022 namen van verpleegkundigen genoemd die eventueel zouden kunnen getuigen en een foto bijgevoegd van de medicatiepotjes waarvan de psychiater nu aangeeft het onbegrijpelijk te vinden hoe deze in haar handen terecht zijn gekomen. De klachtencommissie heeft in plaats van verzoekster hierover nader te horen niet met zekerheid vastgesteld dat uit het dossieronderzoek zou blijken dat er wel degelijk conform de juiste medicatievoorschriften zou zijn gehandeld. Dit brengt de rechtbank dan ook tot de conclusie dat de klachtencommissie verzoekster ten onrechte niet nader heeft gehoord. Gelet hierop zal de rechtbank klachtonderdeel 1 gegrond verklaren.
Ten aanzien van de overige klachtonderdelen
4.5.
De rechtbank is van oordeel dat de klachtencommissie de overige klachtonderdelen terecht ongegrond heeft verklaard. Verzoekster verkeerde ten tijde van de opname in een psychotisch toestandsbeeld waaruit ernstig nadeel voortvloeide. De stoornis en ernstig nadeel zijn tijdens de procedures bij de rechtbank in april en mei 2022 uitgebreid aan de orde gekomen en tijdens de klachtenprocedure waren ook deskundigen aanwezig die de medische situatie van verzoeker (mede) hebben beoordeeld. Er is tijdens de opname wel degelijk wat aan de hand geweest dat ingrijpen rechtvaardigt.
Schadevergoeding4.6. Nu klachtonderdeel 1 gegrond wordt verklaard, is er een grondslag voor een vordering tot schadevergoeding. De rechtbank overweegt dat het onduidelijk is hoeveel dagen verkeerde medicatie aan verzoekster is verstrekt. De rechtbank kan dit niet herleiden uit de overgelegde medicatielijsten en bovendien zijn deze niet compleet. Gelet hierop en het feit dat verzoekster heeft aangegeven dat het haar om het principe gaat, zal de rechtbank de schade symbolisch vaststellen op een totaalbedrag
€ 25,- ten laste van Arkin.

5.Beslissing

De rechtbank:
- verklaart klachtonderdeel 1 gegrond;
- verklaart de overige klachtonderdelen ongegrond;
- veroordeelt Arkin tot betaling van een schadevergoeding van € 25,- (vijfentwintig euro) aan
verzoekster;
- verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is op 29 november 2022 gegeven door mr. H.P.E. Has, rechter, in tegenwoordigheid van M. Amarki, griffier.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open
.Tegen deze beschikking betreffende het verzoek om schadevergoeding staat het rechtsmiddel van hoger beroep open
.