De rechtbank Amsterdam behandelde op 25 augustus 2022 een vordering tot overlevering van een persoon aan België op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de onderzoeksrechter te Leuven. De opgeëiste persoon, een Nederlander geboren in 1988, werd verdacht van illegale handel in verdovende middelen, een feit dat op de lijst van bijlage 1 bij de Overleveringswet staat.
De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon vastgesteld en onderzocht of aan de voorwaarden voor overlevering is voldaan. Omdat de opgeëiste persoon de Nederlandse nationaliteit bezit, is een terugkeergarantie vereist. De procureur des Konings in Leuven heeft een dergelijke garantie verstrekt, waarin is toegezegd dat de veroordeelde na onherroepelijke veroordeling in België teruggebracht zal worden naar Nederland om de straf daar te ondergaan.
Daarnaast heeft de rechtbank de detentieomstandigheden in België beoordeeld. Op basis van eerdere uitspraken en een brief van de Belgische autoriteiten is vastgesteld dat de algemene detentiegarantie voldoende waarborg biedt tegen onmenselijke of vernederende behandeling, ook in gevangenissen waar de zogenaamde grondslapersproblematiek speelt.
Gelet op het voldoen aan de formele eisen van de Overleveringswet, de verstrekte garanties en het ontbreken van weigeringsgronden, heeft de rechtbank de overlevering toegestaan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.