ECLI:NL:RBAMS:2022:7020

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
27 september 2022
Publicatiedatum
29 november 2022
Zaaknummer
13/148604-22
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 300 SrArt. 26 WWMArt. 55 WWMArt. 107 WvW 1994Art. 177 WvW 1994
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel ondanks Portugese detentieomstandigheden

De rechtbank Amsterdam behandelde op 27 september 2022 een vordering tot overlevering van een verdachte aan Portugal op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de rechtbank van Noord-Lissabon. De verdachte, geboren in 1995 en zonder vaste verblijfplaats in Nederland, wordt verdacht van meerdere strafbare feiten waaronder moord, zware mishandeling, wapenhandel, mishandeling en verkeersovertredingen volgens de Portugese en Nederlandse wetgeving.

De rechtbank onderzocht de identiteit van de verdachte en de inhoud van het EAB en concludeerde dat de feiten voldoende zijn omschreven en voldoen aan de vereisten van de Overleveringswet (OLW). Hoewel de rechtbank eerder een algemeen reëel gevaar voor onmenselijke behandeling in bepaalde Portugese gevangenissen had vastgesteld, ontving zij een specifieke garantie van het Portugese Ministerie van Justitie dat de verdachte niet in de problematische detentie-inrichtingen zal worden geplaatst, maar in een andere gevangenis van de Lisbonaise Justitiële Politie.

Gezien deze garantie en de globale beoordeling acht de rechtbank het risico op onmenselijke behandeling voor deze verdachte uitgesloten. De rechtbank concludeert dat er geen weigeringsgronden zijn en dat de overlevering aan Portugal toegestaan moet worden. Tegen deze beslissing staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de verdachte aan Portugal toe onder de gegeven detentiegarantie.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/148604-22
RK nummer: 22/3435
Datum uitspraak: 27 september 2022
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet Pro (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 7 juli 2022 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 30 mei 2022 door de
Judicial Court of the District of North Lisbon(Portugal) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren te [geboorteplaats] (Portugal) op [geboortedag] 1995,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in [detentieadres] ,
hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1.Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 13 september 2022. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. M. Westerman. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. L.J.H. Kortz, advocaat te Utrecht en door een tolk in de Portugese taal.
Op grond van artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Portugese nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een
arrest warrant out of flagrante delicto,uitgevaardigd op 30 mei 2022 door de
Judicial Court of the District of North Lisbon(referentie: Inquiry NUIPC 60/20.8PJLRS).
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Portugees recht strafbare feiten.
Deze feiten zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.

4.Strafbaarheid

Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW
Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten 1 tot en met 3 waarvoor de overlevering wordt verzocht, moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit de strafbare feiten heeft aangeduid als feiten vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. Deze feiten vallen op deze lijst onder nummer 14, te weten:
Moord en doodslag; zware mishandeling.
Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Portugal een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten 4, 5 en 6 niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder a 2°, OLW zijn neergelegd.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
De feiten leveren naar Nederlands recht op:
Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III;
Mishandeling;
Overtreding van artikel 107, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

5.Artikel 11: Portugese Pro detentieomstandigheden

Bij uitspraak van 6 april 2021 [1] heeft de rechtbank een algemeen reëel gevaar aangenomen dat personen die in Portugal in de detentie-instellingen van Lissabon, Caxias en Setúbal zijn gedetineerd, onmenselijk of vernederend worden behandeld.
Bij brief van 24 augustus 2022 heeft de
Director-general of the Prison servicesvan het Portugese Ministerie van Justitie de volgende garantie afgegeven:
As Director General of Reintegration and Prison Services, of the Portuguese Ministry of Justice, following the request made by a Netherlands Court, I declare that [opgeëiste persoon] , born on [geboortedag] 1995, defendant in Proc.2 no. 60/20.8PJJRS, of the Public Prosecutor's Office of the North Lisbon District - Criminal Investigation and Penal Action Department - Loures Section, after being surrendered to the Portuguese judicial authorities in relation to the European Arrest Warrant issued against him, he will not be held in the Prison facilities of Caxias, Lisbon or Setúbal.
I would also like to inform you that after being handed over to the Portuguese authorities, the
defendant will be admitted to the prison establishment of the Lisbon Judicial Police.
De rechtbank merkt ten aanzien van deze garantie, onder verwijzing naar haar uitspraak van 17 augustus 2022 [2] , op dat de detentie-instelling waar de opgeëiste persoon zal worden gedetineerd
nietde detentie-instelling in Lissabon is ten aanzien waarvan zij een algemeen gevaar heeft aangenomen.
Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van een globale beoordeling, de hiervoor vermelde garantie voldoende en sluit deze garantie, in geval van overlevering, het geconstateerde algemene reële gevaar voor de opgeëiste persoon uit. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om op grond van artikel 11 OLW Pro geen gevolg aan het EAB te geven.

6.Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro, er ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan en er geen sprake is van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven, dient de overlevering te worden toegestaan.

7.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 300 Wetboek van Strafrecht, 26 en 55 Wet wapens en munitie, 107 en 177 Wegenverkeerswet 1994 en 2, 5 en 7 OLW.

8.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan de
Judicial Court of the District of North Lisbon(Portugal) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Aldus gedaan door
mr. J.G. Vegter, voorzitter,
mrs. J.A.A.G. de Vries en C.M. Delstra, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. A.M. Rus, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 27 september 2022.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.