De rechtbank Amsterdam behandelde op 27 september 2022 een vordering tot overlevering van een Duitse verdachte op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Amtsgericht Soest op 21 juni 2022. De verdachte, geboren in Duitsland in 1960 en zonder vaste verblijfplaats in Nederland, werd verdacht van ernstige strafbare feiten waaronder seksuele uitbuiting van kinderen en kinderpornografie.
De rechtbank onderzocht de identiteit van de verdachte en bevestigde deze. Vervolgens beoordeelde zij de grondslag van het EAB en de strafbaarheid van de feiten volgens zowel Duits als Nederlands recht. Hoewel een deel van de feiten een toetsing van dubbele strafbaarheid vereiste, oordeelde de rechtbank dat het overtreden van instructies tijdens toezicht op gedrag (zoals een contactverbod) in Nederland niet strafbaar is. Desondanks zag de rechtbank af van weigering van overlevering vanwege het ontbreken van aanknopingspunten met de Nederlandse rechtsorde en het feit dat de hoofdfeiten wel voldoen aan de criteria.
De rechtbank concludeerde dat het EAB aan alle wettelijke vereisten voldoet en dat er geen weigeringsgronden zijn. Daarom werd de overlevering toegestaan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open, conform artikel 29, tweede lid, Overleveringswet.