ECLI:NL:RBAMS:2022:7148
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Vrouw niet ontvankelijk in echtscheidingsverzoek wegens bestaand huwelijk
De vrouw heeft bij de rechtbank Amsterdam een verzoek tot echtscheiding ingediend van de man met wie zij in Syrië gehuwd zou zijn. Partijen zijn beide Nederlands en Syrisch staatsburger en hadden hun gewone verblijfplaats in Nederland ten tijde van het verzoek. De vrouw stelde dat het huwelijk duurzaam was ontwricht, hetgeen door de man niet werd betwist.
De rechtbank constateerde echter dat in het Basisregistratie Personen (BRP) de vrouw nog steeds als gehuwd staat geregistreerd met een andere man, met wie zij eveneens een echtscheidingsprocedure aanhangig had gemaakt. De rechtbank had in die procedure geoordeeld dat het huwelijk met die andere man nog bestond en had inmiddels de echtscheiding uitgesproken.
Op grond van artikel 1:33 BW Pro kan men in Nederland slechts met één persoon gehuwd zijn. Hierdoor is het tweede huwelijk, zelfs indien rechtsgeldig gesloten volgens Syrisch recht, in strijd met de Nederlandse openbare orde en nietig. Daarom kon de rechtbank het verzoek tot echtscheiding van de vrouw met de man niet ontvankelijk verklaren.
Daarnaast verzocht de vrouw om benoeming tot enig huurder van de echtelijke woning, maar aangezien het echtscheidingsverzoek niet ontvankelijk werd verklaard, kon ook dit verzoek niet worden toegewezen. De rechtbank wees de vrouw dus niet-ontvankelijk in al haar verzoeken.
Uitkomst: De vrouw is niet ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot echtscheiding wegens bestaand huwelijk met een ander.