ECLI:NL:RBAMS:2022:7164

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
21 november 2022
Publicatiedatum
5 december 2022
Zaaknummer
C/13/719757 / FA RK 22/4125
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253a BWArt. 1:377e BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging hoofdverblijfplaats, zorgregeling en nihilstelling kinderalimentatie voor minderjarige

De rechtbank Amsterdam heeft op 21 november 2022 een beschikking gegeven in een zaak tussen de vader en moeder van een minderjarig kind geboren in 2007. De ouders oefenden gezamenlijk het gezag uit en hadden bij hun echtscheiding afspraken gemaakt over de hoofdverblijfplaats van het kind, zorgverdeling en kinderalimentatie.

Partijen hebben overeenstemming bereikt over een wijziging van deze afspraken, waarbij het kind voortaan bij de vader zal verblijven. De rechtbank heeft deze wijziging, die in het belang van het kind wordt geacht, bekrachtigd. Tevens is bepaald dat de zorg- en opvoedingstaken worden verdeeld en dat de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding door de vader aan de moeder nihil is.

De zorgregeling voorziet erin dat het kind eens per twee weken bij de moeder verblijft op een door het kind zelf te bepalen dag in overleg met de moeder. De vakanties en feestdagen worden in onderling overleg vastgesteld, waarbij de wens van het kind leidend is. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders verzochte is afgewezen.

Uitkomst: De hoofdverblijfplaats van het minderjarige kind wordt gewijzigd naar de vader, met een zorgregeling en nihilstelling van kinderalimentatie.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht
zaaknummer / rekestnummer: C/13/719757 / FA RK 22/4125
Beschikking van 21 november 2022
in de zaak van:
[de vader],
wonende te [woonplaats 1] ,
hierna te noemen de vader,
advocaat mr. J.J. Blok te Veenendaal
tegen
[de moeder],
wonende te [woonplaats 2] ,
hierna te noemen de moeder,
advocaat mr. C.J. Avis-Knuit te Hoofddorp.

1.1. Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift met bijlagen van de vader ingekomen op 7 juli 2022;
- de nagekomen stukken van de vader, ingekomen op 12 juli 2022;
- het verweerschrift van de moeder, ingekomen op 17 augustus 2022;
- de brief met bijlage van de vader, ingekomen op 1 november 2022;
- de brief van de vader, ingekomen op 11 november 2022;
- het F-formulier van de moeder, ingekomen op 11 november 2022.
1.2.
De zaak is vervolgens op de stukken afgedaan.

2.De feiten

2.1.
Partijen zijn de ouders van het minderjarige kind:
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2007 te [geboorteplaats] (België),
hierna te noemen [minderjarige] .
2.2.
De ouders oefenen gezamenlijk het gezag over [minderjarige] uit.
2.3.
Bij de ontbinding van hun huwelijk, zijn de ouders overeengekomen dat de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij de moeder is en hebben zij afspraken gemaakt over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en de kinderalimentatie.

3.De beoordeling

3.1.
Partijen hebben overeenstemming bereikt over wijziging van de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] , de zorgregeling en de kinderalimentatie en hebben de rechtbank verzocht deze afspraken vast te leggen in een beschikking.
3.2.
Nu de rechtbank hetgeen partijen overeen zijn gekomen in het belang van [minderjarige] acht, zal zij met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 1:253a en 1:377e van het Burgerlijk Wetboek, het volgende beslissen.

4.De beslissing

De rechtbank:
- wijzigt de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 17 mei 2013 met dien verstande dat de rechtbank:
- bepaalt dat [minderjarige] haar hoofdverblijfplaats zal hebben bij de vader;
- als verdeling van de zorg- en opvoedingstaken bepaalt dat:
- [minderjarige] met ingang van een door haar zelf te bepalen datum op een door haar zelf in overleg met de moeder te bepalen dag eens per twee weken bij de moeder verblijft;
- de zorg voor [minderjarige] gedurende de vakanties en de feestdagen in onderling overleg tussen de ouders en [minderjarige] wordt vastgesteld, waarbij de wens van [minderjarige] dienaangaande doorslaggevend is;
- de bijdrage in de kosten van de verzorging en opvoeding door de vader aan de moeder te betalen op nihil stelt;
- verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.M. Breugem, rechter, tevens kinderrechter,
en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. G. Veldman, griffier,
op 21 november 2022. [1]

Voetnoten

1.Voor zover tegen de beschikking hoger beroep openstaat kan dit via een advocaat worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam (IJdok 20 / Postbus 1312, 1000 BH).