ECLI:NL:RBAMS:2022:7430
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak feitelijke leidinggeven bij niet-naleving zorgvuldigheidseisen Houtverordening en witwassen
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor het feitelijk leidinggeven aan verboden gedragingen van een Nederlands bedrijf dat teakhout uit Myanmar op de Europese markt bracht zonder te voldoen aan de zorgvuldigheidseisen van de Houtverordening. Tevens werd verdachte verdacht van witwassen van geld en hout.
De rechtbank oordeelde dat het Nederlandse bedrijf niet bewezen schuldig was aan het niet naleven van de zorgvuldigheidseisen, waardoor ook het feitelijke leidinggeven van verdachte niet bewezen kon worden verklaard. Daarnaast kon het witwassen niet worden vastgesteld wegens gebrek aan bewijs van verhullende handelingen.
De verdediging voerde aan dat het zorgvuldigheidsstelsel van de bedrijven voldeed aan de wettelijke eisen en dat verdachte geen opzet had. De rechtbank volgde dit en sprak verdachte vrij. Tevens werd een partieel nietigheid van de dagvaarding vastgesteld vanwege onduidelijkheid over het witwasbedrag.
De rechtbank zag geen aanleiding om prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie te stellen, omdat verdachte vrijgesproken werd. De uitspraak bevestigt het belang van gedegen bewijs voor feitelijke leiding en het zorgvuldigheidsstelsel binnen de Houtverordening.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van feitelijke leidinggeven aan het niet naleven van de zorgvuldigheidseisen en witwassen.