Op 17 oktober 2021 ontstond een conflict tussen verdachte en zijn huisgenoot in hun woning in Amsterdam. Tijdens een confrontatie stak verdachte met een mes van circa dertig centimeter de rug van het slachtoffer, die hierdoor een steekwond opliep waarvoor acht hechtingen nodig waren. Verdachte verklaarde dat het raken van het slachtoffer per ongeluk gebeurde tijdens een worsteling.
De rechtbank sprak verdachte vrij van poging tot doodslag omdat niet bewezen kon worden dat hij opzet had op de dood van het slachtoffer. Wel werd bewezen geacht dat verdachte zich schuldig maakte aan poging tot zware mishandeling, gezien de aard van het wapen, de kwetsbaarheid van het lichaamsdeel en het bewust aanvaarden van de kans op zwaar letsel.
Het verweer van noodweer of noodweerexces werd verworpen omdat geen sprake was van een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding. Verdachte werd veroordeeld tot 140 dagen gevangenisstraf, rekening houdend met de poging en de omstandigheden van de zaak. Het mes werd verbeurd verklaard.
Daarnaast werd aan het slachtoffer een immateriële schadevergoeding van €800 toegekend met wettelijke rente vanaf de datum van het strafbare feit. De rest van de schadevordering werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en het feit dat dit bij de burgerlijke rechter kan worden ingediend.
De rechtbank hield rekening met het verleden en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder zijn kwetsbaarheid en illegale verblijf in Nederland, maar achtte hem toerekeningsvatbaar en vond een gevangenisstraf passend.