Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
5.Bewezenverklaring
6.Strafbaarheid van het feit
7.Strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straffen en maatregel
van 8 september 2022 waaruit blijkt dat verdachte op 13 april 2021 door de meervoudige kamer te Amsterdam is veroordeeld tot een deels voorwaardelijke werkstraf in verband met een afpersing in vereniging.
- het rapport van het klinisch multidisciplinair onderzoek Pro Justitia, observatieafdeling Teylingereind, opgemaakt op 17 augustus 2022 door A.J. van den Dorpel, GZ-psycholoog, en R.F. Ferdinand, kinder- en jeugdpsychiater;
- het rapport van de Raad opgemaakt op 17 november 2022;
- het rapport van JBRA opgemaakt op 17 november 2022;
psycholoog en de psychiaterkomen in hun Klinisch Multidisciplinair Onderzoek tot de volgende conclusie.
Bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling met antisociale kenmerken
psycholoog en de psychiaterverwezen naar het ingediende rapport. Volgens hen maakt het enkele feit dat bij verdachte geen sprake is van impulsief gedrag nog niet dat er aanleiding is om hem als volwassene te zien. Er wordt bij verdachte nog een bereikbare en emotionele kant gezien waardoor behandeling mogelijk is. Binnen de Justitiële Jeugdinrichting (JJI) is veel mogelijk en de behandeling binnen de PIJ-maatregel is vergelijkbaar met de behandeling binnen een TBS-maatregel. Bij een TBS-maatregel is meer aandacht voor de beheersmatige kant, maar die specifieke aandacht is in het geval van verdachte niet nodig. Verdachte is een puber met veel problemen en waar behandeling langere tijd in beslag zal gaan nemen. Het toepassen van het volwassenstrafrecht en dus het opleggen van een TBS-maatregel kan zwaar demotiverend werken voor jonge jongens. Een jeugdaanpak zal bij verdachte beter werken.
JBRA en de Raadzich aangesloten bij het advies vanuit de psycholoog en de psychiater. Het is volgens hen van belang dat verdachte de behandeling gaat krijgen die hij nodig heeft. Zowel JBRA als de raad adviseren verdachte niet als volwassene te bestraffen.
- 1 STK GSM (omschrijving: PL1300-2021262750-G6140025, Apple iPhone);
- 1 STK Schoeisel (omschrijving: PL1300-2021262750-G6140084, zwart, merk: Nike Dimsix);
- 1 STK Jas (omschrijving: PL1300-2021262750-G6140962, zwart, merk: Tommy Hilfiger);
- 1 STK Jas (omschrijving: PL1300-2021262750-G6140976, blauw, merk: Moncler);
- 1 STK GSM (omschrijving: PL1300-2021262750-G6186013, grijs, merk: Hmp Mini Tel).
nabestaandenin het wettelijk systeem geen plaats is voor vergoeding van schade in de vorm van aantasting in de persoon die geen shockschade is. Niet is gesteld, noch onderbouwd dat deze schade tevens als shockschade is gevorderd.
- een bedrag van € 20.000,- voor affectieschade;
- een bedrag van € 6.917,47 voor materiële schade;
- een bedrag van € 5.047,- voor proceskosten.
,alsmede € 7.798 aan proceskosten.
- een bedrag van € 17.500,- voor affectieschade;
- een bedrag van € 3.378,- voor proceskosten.
- een bedrag van € 17.500,- voor affectieschade;
- een bedrag van € 885,65 voor materiële schade;
- een bedrag van € 3.378,- voor proceskosten.
- een bedrag van € 17.500,- voor affectieschade;
- een bedrag van € 3.378,- voor proceskosten.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
24 (vierentwintig) maanden.
de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen.
verbeurd:
- 1 STK GSM (omschrijving: PL1300-2021262750-G6140025, Apple iPhone);
- 1 STK Jas (omschrijving: PL1300-2021262750-G6140976, blauw, merk: Moncler);
- 1 STK Schoeisel (omschrijving: PL1300-2021262750-G6140084, zwart, merk: Nike Dimsix);
- 1 STK Jas (omschrijving: PL1300-2021262750-G6140962, zwart, merk: Tommy Hilfiger);
- 1 STK GSM (omschrijving: PL1300-2021262750-G6186013, grijs, merk: Hmp Mini Tel).
[benadeelde partij 1]toe tot een bedrag van € 26.917,47 (zegge: zesentwintig duizend negenhonderd zeventien euro en zevenenveertig cent), waarvan € 6.917,47 (zegge: zesduizend negenhonderd zeventien euro en zevenenveertig cent) voor materiële schade en € 20.000 (zegge: twintigduizend euro) voor immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 22 december 2021 tot aan de dag van de algehele voldoening.
[benadeelde partij 4]toe tot een bedrag van € 17.500,- (zegge: zeventienduizend vijfhonderd euro) voor immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 22 december 2021 tot aan de dag van de algehele voldoening.
[benadeelde partij 3]toe tot een bedrag van € 18.385,65 (zegge: achttien duizend driehonderd vijfentachtig euro en vijfenzestig cent), waarvan € 885,65 (zegge: achthonderd vijfentachtig euro en vijfenzestig cent) voor materiële schade en € 17.500,- (zegge: zeventien duizend vijfhonderd euro) voor immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 22 december 2021 tot aan de dag van de algehele voldoening.
[benadeelde partij 2]toe tot een bedrag van € 17.500,- (zegge: zeventienduizend vijfhonderd euro) voor immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 22 december 2021 tot aan de dag van de algehele voldoening.