De zaak betreft een geschil tussen Pharmathen Global B.V. en Novartis AG over vermeende octrooi-inbreuk op een injecteerbaar octreotide LAR-product. Novartis stelde dat Pharmathen in strijd met een vonnis van 19 juli 2022 handelde door het aanbieden van inbreukmakende producten in een online catalogus en door een levering naar Guatemala.
De rechtbank oordeelde dat Pharmathen ondanks instructies en vervanging van catalogi de oude catalogus met het inbreukmakende product tot en met 14 oktober 2022 online liet staan op het CPHI-platform, wat als 'aanbieden' in de zin van de Rijksoctrooiwet geldt. Ook werd vastgesteld dat een levering op 18 augustus 2022 vanuit Griekenland plaatsvond, wat eveneens in strijd was met het vonnis.
Pharmathen kon niet aannemelijk maken dat zij niet verantwoordelijk was voor het online blijven staan van de catalogus of voor de levering. De rechtbank wees haar argumenten af en bevestigde dat de dwangsommen van €7,5 miljoen terecht zijn aangezegd. De gevorderde voorzieningen werden afgewezen en Pharmathen werd veroordeeld in de proceskosten.