In deze zaak staat centraal wie verantwoordelijk is voor het transport van kunstvoorwerpen tussen partijen na ontbinding van koopovereenkomsten. Eiseres heeft vorderingen ingesteld om gedaagde te veroordelen tot aflevering van nog niet geleverde kunstvoorwerpen en het ophalen van kunstvoorwerpen die terug moeten naar gedaagde. Tevens vordert eiseres instructie tot uitbetaling van een geldbedrag dat op een derdenrekening staat.
De rechtbank stelt vast dat voor de kunstvoorwerpen die nog geleverd moeten worden, de gebruikelijke praktijk tussen partijen was dat gedaagde deze bij eiseres afleverde en zo nodig installeerde. Dit maakt onderdeel uit van de koopovereenkomsten, zodat gedaagde verplicht is deze voorwerpen bij eiseres af te leveren. Voor de kunstvoorwerpen die terug moeten naar gedaagde wegens ontbinding van de koopovereenkomsten, geldt dat eiseres deze niet zelf hoeft te vervoeren; dit is een verantwoordelijkheid van gedaagde als professionele kunsthandelaar.
Verder wordt gedaagde veroordeeld om de restauratie van een bolkroon uit te voeren en deze na restauratie bij eiseres af te leveren. Tot slot moet gedaagde de Stichting tot Beheer Derdengelden instrueren om een bedrag van € 167.769,45 aan eiseres over te maken. Voor het niet nakomen van de veroordelingen is een dwangsom opgelegd. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten.