Op 30 juni 2022 werd in de woning van verdachte een vuurwapen, munitie, diverse hard- en softdrugs, versnijdingsmiddelen en een blender aangetroffen. Verdachte werd beschuldigd van het voorhanden hebben van deze verboden middelen en wapens, alsmede van medeplegen van voorbereidingshandelingen voor de handel in harddrugs.
Tijdens de terechtzitting op 13 oktober 2022 betwistte verdachte deels de tenlastelegging, met name het medeplegen en het voorhanden hebben van bepaalde hoeveelheden drugs en versnijdingsmiddelen. De rechtbank oordeelde echter dat het bezit van het vuurwapen, munitie, de harddrugs (cocaïne, heroïne, MDMA), softdrugs (hennep, hasjiesj) en de voorbereidingsmiddelen wettig en overtuigend was bewezen. Medeplegen werd vastgesteld voor de voorbereidingshandelingen met de versnijdingsmiddelen en blender.
Verdachte werd vrijgesproken van het bezit van 1,04 gram cocaïne en het contante geldbedrag van € 800,-, omdat hiervoor onvoldoende bewijs was. De rechtbank hield rekening met de ernst van de feiten, de maatschappelijke gevaren van wapens en drugs, en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, die geen strafblad heeft. De rechtbank legde een gevangenisstraf van negen maanden op, lager dan de eis van zestien maanden, mede vanwege de omstandigheden en het ontbreken van eerdere veroordelingen.
De inbeslaggenomen verdovende middelen werden onttrokken aan het verkeer en de koffiefilterzakjes verbeurd verklaard. De straf zal volledig binnen de penitentiaire inrichting worden uitgevoerd, met aftrek van voorarrest.