Uitspraak
Beslissingen van de rechtbank op verzoeken in 26Marengo, besproken op de regiezitting van 6 december 2022
devicesuit Dubai. Die zijn via het ambtsbericht van 14 januari 2020 met het Openbaar Ministerie gedeeld. Ten aanzien van de verwijzing door de raadsvrouw naar de samenwerking met het Cyber Intel/Info Cel (hierna: CIIC) stelt het Openbaar Ministerie dat het CIIC nog niet bestond toen verdachte [verdachte 3] in december 2019 werd aangehouden en ook overigens een volstrekt ander doel heeft dan de raadsvrouw veronderstelt. Het CIIC is namelijk expliciet ingesteld voor cyberdreigingen en niet om voortvluchtige verdachten op te sporen. Het Openbaar Ministerie meent dan ook dat de verzoeken moeten worden afgewezen. Dit geldt eveneens voor de herhaalde verzoeken om verstrekking van de nog onthouden artikel 565 (oud) Sv BOB-stukken. Aan die verzoeken zijn geen nieuwe feiten of omstandigheden ten grondslag gelegd, zodat ook deze moeten worden afgewezen.
het horen via videoverbinding is nog steeds niet mogelijk. De Marokkaanse autoriteiten hebben deze mogelijkheid nog niet in de nationale wetgeving verwerkt. Er wordt gewerkt aan een conceptwet maar het is lastig aan te geven wanneer de nieuwe wet in werking zal treden;
tijdelijke overbrenging van de getuige is niet mogelijk: dat kan alleen indien de persoon uitgeleverd zou kunnen worden en dat kan niet nu getuige (ook) de Marokkaanse nationaliteit heeft en Marokko levert geen eigen onderdanen uit;
het zou wel mogelijk kunnen zijn om de heer [getuige 1] te horen als getuige in Marokko, maar dan alleen op navolgende manier:
Het verhoor wordt dooreen Marokkaanse rechter-commissarisafgenomen;
Er mogengeen Nederlandse advocatendeel uitmaken van de bezoekende delegatie; bij het verhoor zijn voor Marokko alleen welkom de Nederlandse rechter-commissaris, tolk en griffier (en de Nederlandse officier van justitie, maar de rechter-commissaris zal de officier van justitie niet uitnodigen mee te gaan naar het verhoor);
Het rechtshulpverzoek dient meteen opgave te doen vande schriftelijk vragen voor de getuige van procespartijen, anders wordt het niet beoordeeld. Opgave van vragen kan dus niet achteraf.
Met betrekking tot de termijn waarbinnen dit verzoek door Marokko zou kunnen worden uitgevoerd: het is lastig aan te geven, dit lijkt per verzoek te verschillen. Er zijn recent gesprekken met Marokko gevoerd over het weer oppakken van de samenwerking. De rechtshulprelatie met Marokko lijkt dus wel enigszins te verbeteren. Over het algemeen wordt 9-12 maanden aangehouden voor uitvoering, maar aan dit onderhavige verzoek kan hoogste prioritering worden gegeven, zodat licht optimisme dat het verhoor sneller, bijvoorbeeld binnen een paar tot zes maanden, kan plaatsvinden op zijn plaats is.
niet vóór 1 december 2022naar Marokko kan worden verstuurd en dat aanvullende voorwaarden zijn gesteld en/of verzoeken geformuleerd waarvan volgens AIRS uitvoering erg lastig en/of onmogelijk is en in ieder geval vertraging gaat opleveren in de uitvoering. De rechters-commissaris zien hierin, tegen de achtergrond van de huidige stand van het geding, reden te concluderen dat het niet mogelijk is een verhoor van de getuige binnen aanvaardbare termijn te organiseren.
.Op basis van welke concrete feiten en omstandigheden het AIRS stelt:
Het enige verschil ten opzichte van het verleden is dat AIRS nu de kans van slagen van een verzoek een gedetineerde getuige te horen in Marokko als ‘licht optimistisch’ inschat. Dan wordt wel bedoeld een eenvoudig verzoek met opgave van schriftelijke vragen, die diplomatiek zijn geformuleerd, waarbij geen aanvullende eisen en verzoeken worden geformuleerd die als ‘lastig’ kunnen worden ervaren. Deze factoren staan aan een voortvarende aanpak in de weg.