ECLI:NL:RBAMS:2022:7590
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- K. Duker
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen DNA-afname en verwerking ongegrond verklaard door rechtbank Amsterdam
De veroordeelde maakte bezwaar tegen het bevel tot DNA-afname en verwerking van haar DNA-profiel, stellende dat sprake was van een uitzonderingssituatie zoals bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b, van de Wet DNA. Zij voerde aan dat de afname niet door een daartoe aangewezen en gecertificeerde opsporingsambtenaar had plaatsgevonden en dat er geen informed consent was gegeven. Tevens stelde zij dat de afname een ernstige inbreuk op haar privacy en lichamelijke integriteit vormde.
De officier van justitie stelde dat het bezwaar ongegrond moest worden verklaard omdat de veroordeelde correct was geïnformeerd en de afname volgens de wettelijke eisen had plaatsgevonden. Uit het proces-verbaal bleek dat de afname was verricht door een aangewezen en gecertificeerde opsporingsambtenaar. De rechtbank stelde vast dat het misdrijf waarvoor het bevel was afgegeven aan de wettelijke vereisten voldeed.
De rechtbank overwoog dat bijzondere omstandigheden waaronder het misdrijf is gepleegd, zoals de minderjarige leeftijd van de veroordeelde ten tijde van het feit en het recidivegevaar, niet tot een uitzonderingssituatie leidden. Gezien een nieuwe strafzaak tegen de veroordeelde was gestart, was het recidivegevaar aanwezig. De rechtbank verwierp het bezwaar en verklaarde het ongegrond. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het bepalen en verwerken van het DNA-profiel is ongegrond verklaard.