ECLI:NL:RBAMS:2022:7591
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- K. Duker
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen DNA-afname minderjarige veroordeelde afgewezen
De minderjarige veroordeelde is door de kinderrechter veroordeeld voor diefstal en kreeg een voorwaardelijke taakstraf van 40 uren opgelegd. Hij maakte bezwaar tegen het bepalen en verwerken van zijn DNA-profiel op grond van artikel 7 van Pro de Wet DNA, stellende dat bijzondere omstandigheden en zijn jonge leeftijd dit onrechtvaardig maken.
De rechtbank heeft het bezwaar inhoudelijk beoordeeld en vastgesteld dat het ministeriële voornemen uit 2018 om geen DNA af te nemen bij minderjarigen met taakstraffen onder de 40 uren niet in een wetsvoorstel is vastgelegd. De rechtbank oordeelt dat uitzonderingen in de Wet DNA beperkt moeten worden uitgelegd en dat het ministeriële voornemen geen rechtsgrond biedt.
Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die het DNA-onderzoek onrechtvaardig maken, mede vanwege het feit dat de veroordeelde opnieuw in aanraking is gekomen met justitie en er sprake is van recidivegevaar. Het bezwaar wordt daarom ongegrond verklaard en de beschikking is onherroepelijk.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het bepalen en verwerken van het DNA-profiel van de minderjarige veroordeelde wordt ongegrond verklaard.