De rechtbank Amsterdam behandelde het beroep van eiser tegen de schorsing van zijn APK-erkenning voor voertuigen tot 3500 kg. Verweerder had de erkenning geschorst omdat de platenremtestinrichting niet aan de gestelde eisen voldeed. Eiser maakte bezwaar en verweerder hief de schorsing op, maar verklaarde het bezwaar later gegrond.
De rechtbank stelde vast dat verweerder eiser ten onrechte niet in de gelegenheid had gesteld te reageren op het voornemen tot schorsing, wat een schending van het hoor en wederhoor-beginsel betekende. De schorsing werd als onevenredig beoordeeld vanwege de hoge verbouwingskosten en het aflopende huurcontract. Verweerder had het primaire besluit moeten herroepen.
Eiser stelde schade te hebben geleden door gemiste APK-keuringen tijdens de schorsingsperiode. De rechtbank achtte het causaal verband aannemelijk en kende een schadevergoeding van €8.166,07 toe. Verweerder werd ook veroordeeld tot betaling van proceskosten en griffierecht. De rechtbank herroept het primaire besluit en vervangt het vernietigde besluit door deze uitspraak.