ECLI:NL:RBAMS:2022:7614

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
15 december 2022
Publicatiedatum
16 december 2022
Zaaknummer
10069006 CV 22-11065
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119a BWArt. 6:136 BWArt. 7:759 BW
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betalingsovereenkomst onderaannemer en aannemer over stucwerkzaamheden en verrekening herstelkosten

Azor V.O.F. voerde in 2021 stucwerkzaamheden uit als onderaannemer voor aannemer [gedaagde] op twee adressen. Azor factureerde in totaal €11.496,00 exclusief btw, waarvan een deel onbetaald bleef. Azor vorderde betaling van het openstaande bedrag vermeerderd met wettelijke handelsrente en incassokosten.

[gedaagde] erkende de vordering, maar stelde dat het werk gebreken vertoonde en dat hij herstelkosten had gemaakt door een derde in te schakelen. Deze kosten wilde hij verrekenen met de openstaande facturen. De rechtbank oordeelde dat de gegrondheid van dit verrekeningsverweer niet eenvoudig kon worden vastgesteld, omdat onvoldoende was gebleken dat Azor de gelegenheid had gekregen om de gebreken te herstellen, zoals vereist volgens artikel 7:759 BW Pro.

De rechtbank stelde vast dat de aansprakelijkheid van Azor niet kon worden beoordeeld in deze procedure en dat [gedaagde] schadevergoeding moest vorderen om dit te doen. Het verrekeningsverweer faalde daarom op grond van artikel 6:136 BW Pro. De vordering van Azor werd volledig toegewezen en [gedaagde] werd veroordeeld tot betaling van het gevorderde bedrag, vermeerderd met rente en proceskosten.

De uitspraak benadrukt het belang van het geven van herstelgelegenheid aan de opdrachtnemer en de noodzaak om in geval van gebreken een aparte schadevordering in te stellen. De veroordeling is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de aannemer tot betaling van €9.380,20 plus rente en kosten, en wijst het verrekeningsverweer af.

Uitspraak

proces-verbaal

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht
zaaknummer / rolnummer: 10069006 / CV 22-11065
Proces-verbaal van mondelinge uitspraak, gewezen op 15 december 2022
in de zaak van:
de vennootschap onder firma,
AZOR V.O.F.,
gevestigd te Amsterdam,
eiseres,
gemachtigde: Koning en De Raadt B.V.,
tegen
[gedaagde],
h.o.d.n. [handelsnaam],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde,
procederende in persoon.
Partijen zullen hierna Azor en [gedaagde] worden genoemd.
De zitting wordt gehouden in het gebouw van deze rechtbank ingevolge het vonnis van de kantonrechter van 13 oktober 2022.
Aanwezig zijn mr. N.C.H. Blankevoort, kantonrechter, en mr. M.A.A. van Achterberg, griffier.
Na uitroeping van de zaak verschijnen:
- de heer [naam 1] , vennoot van Azor en vergezeld door de heer [naam 2] ,
- mr. M. Eshtehardi, namens de gemachtigde van Azor,
- [gedaagde] .
Van het verhandelde ter zitting is een apart proces-verbaal opgemaakt.
De rechter gaat over tot de mondelinge uitspraak.

1.De gronden van de beslissing

1.1.
In 2021 heeft Azor als onderaannemer stucwerkzaamheden uitgevoerd voor aannemer [gedaagde] op de [adres 1] en de [adres 2] . Voor deze werkzaamheden heeft Azor aan [gedaagde] op 6 december 2021 € 7.296,00 (excl. btw) en op 17 december 2022 € 4.200,00 (excl. btw) gefactureerd. Van deze facturen heeft [gedaagde] een gedeelte groot
€ 3.276,00 voldaan en een bedrag van € 8.220,00 onbetaald gelaten.
1.2.
Azor vordert in deze procedure betaling van € 9.380,20, waarbij het bedrag van € 8.220,00 is vermeerderd met de wettelijke handelsrente van € 374,20 tot aan de dagvaarding en buitengerechtelijke incassokosten van € 786,00 conform de staffel van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten.
1.3.
[gedaagde] erkent de vordering van Azor, maar voert aan dat Azor het werk niet goed heeft uitgevoerd. Er zijn volgens [gedaagde] gebreken in het stucwerk. [gedaagde] heeft daarom een derde ingeschakeld om het stucwerk te herstellen. De kosten daarvan wil [gedaagde] in mindering zien op de facturen van Azor.
1.4.
[gedaagde] doet kennelijk een beroep op verrekening van de door hem gemaakte en nog te maken herstelkosten met zijn betalingsverplichting jegens Azor. De gegrondheid van dit verweer is niet op eenvoudige wijze vast te stellen, doordat onvoldoende naar voren is gebracht om de aansprakelijkheid van Azor te beoordelen. Zo is niet gebleken dat Azor nog de gelegenheid heeft gekregen om de gebreken te herstellen. Volgens artikel 7:759 BW Pro is de opdrachtgever ( [gedaagde] ) in beginsel gehouden om de opdrachtnemer (Azor) daar gelegenheid voor te geven (MvT
Kamerstukken II1992/93, 23095, nr. 3, p. 29). Daarnaast is op dit moment niet duidelijk hoe hoog de schade van [gedaagde] is. Doordat de kantonrechter in deze procedure niet eenvoudig kan beoordelen of Azor schadeplichtig is, bepaalt artikel 6:136 BW Pro dat het beroep van [gedaagde] op verrekening faalt.
1.5.
De kantonrechter kan dus in deze procedure niet beoordelen of Azor aansprakelijk is. Om dat te beoordelen zal [gedaagde] schadevergoeding moeten vorderen. [gedaagde] kan zich door een deskundige laten adviseren, maar partijen kunnen ook in onderling overleg afspraken maken om ook dit deel van hun geschil nader te regelen.
1.6.
De vordering van Azor is toewijsbaar zoals die voorligt. Dat betekent dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van € 9.380,20, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 8.220,00 vanaf de datum van de dagvaarding.
1.7.
[gedaagde] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten, aan de zijde van Azor tot op heden begroot op:
- griffierecht € 514,00
- salaris gemachtigde € 622,00 (2,0 punten x tarief € 311,00)
Totaal € 1.136,00
1.8.
[gedaagde] wordt veroordeeld in de nakosten.

2.De beslissing

De rechtbank
2.1.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van € 9.380,20, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over € 8.220,00 vanaf 19 augustus 2022 tot de dag van algehele betaling,
2.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van Azor tot op heden begroot op € 1.136,00,
2.3.
veroordeelt [gedaagde] in de na dit vonnis aan de zijde van Azor ontstane kosten, begroot op € 124,00 aan salaris gemachtigde, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden en de veroordeelde niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan, met de explootkosten van betekening van de uitspraak, een en ander voor zover van toepassing inclusief btw,
2.4.
wijst af het meer of anders gevorderde,
2.5.
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.
Waarvan proces-verbaal,