De veroordeelde, geboren in 2001, werd bij vonnis van 24 december 2018 veroordeeld tot een PIJ-maatregel, die bij beschikking van 27 september 2022 voorwaardelijk werd beëindigd. De officier van justitie vorderde terugplaatsing in een inrichting voor jeugdigen (JJI) wegens overtreding van bijzondere voorwaarden en wijziging van deze voorwaarden.
De rechtbank stelde vast dat veroordeelde meerdere voorwaarden had overtreden, waaronder het niet verschijnen bij behandelafspraken, het drinken van alcohol op een feestje en het niet verblijven bij de voorgeschreven instelling MultiPlusZorg (MPZ), maar bij zijn oma. De reclassering adviseerde terugplaatsing vanwege het hoge risico op ontduiking van voorwaarden, maar de rechtbank vond de overtredingen niet ernstig genoeg voor directe terugplaatsing.
De rechtbank oordeelde dat het belang van de veiligheid en de verdere ontwikkeling van veroordeelde geen onmiddellijke terugplaatsing vereiste. Wel werd de voorwaarde gewijzigd zodat veroordeelde bij zijn oma mag verblijven totdat een passende woonplek beschikbaar is. De overige verzochte wijzigingen werden afgewezen. De rechtbank achtte elektronisch toezicht niet opportuun gezien het ontbreken van een plan van aanpak van de reclassering.
De beschikking werd uitgesproken in openbare raadkamer op 29 november 2022 door de kinderrechter en twee rechters, waarbij ook de raadsman en deskundigen aanwezig waren.