ECLI:NL:RBAMS:2022:7697

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
6 december 2022
Publicatiedatum
21 december 2022
Zaaknummer
13/250278-22
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 23 OverleveringswetArt. 29 Overleveringswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid officier van justitie in vordering tot in behandeling nemen Europees aanhoudingsbevel

De rechtbank Amsterdam behandelde op 6 december 2022 de vordering van de officier van justitie tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door België. De opgeëiste persoon, geboren in 1995 en met de Nederlandse nationaliteit, was niet verschenen, maar werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde raadsman.

De rechtbank stelde vast dat de identiteit van de opgeëiste persoon correct was en dat hij zich inmiddels op eigen initiatief had gemeld bij de Belgische autoriteiten. Hierdoor was het EAB door de uitvaardigende justitiële autoriteit ingetrokken.

Op grond van deze feiten verklaarde de rechtbank de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB en stelde vast dat de geschorste overleveringsdetentie was geëindigd. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot in behandeling nemen van het Europees aanhoudingsbevel omdat het bevel is ingetrokken.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/250278-22
RK nummer: 22/4508
Datum uitspraak: 6 december 2022
UITSPRAAK
op de vordering van 14 oktober 2022 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1] Dit EAB is uitgevaardigd op 19 september 2022 door de
rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpenen strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1995,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 6 december 2022. Het openbaar ministerie heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. N.R. Bakkenes, officier van justitie. De opgeëiste persoon is niet verschenen. Zijn gemachtigd raadsman, mr. B.W.J. Krämer, advocaat in Amsterdam, is wel verschenen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Nederlandse nationaliteit heeft.

3.Ontvankelijkheid van de officier van justitie

Uit een door de officier van justitie overgelegde e-mail van 6 december 2022, afkomstig van de onderzoeksrechter die het EAB heeft uitgevaardigd, blijkt dat de opgeëiste persoon zich inmiddels op eigen gelegenheid heeft gemeld bij de Belgische autoriteiten. De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het EAB daarom ingetrokken. Gelet hierop verklaart de rechtbank de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB.

4.Beslissing

VERKLAARTde officier van justitie
NIET-ONTVANKELIJKin de vordering van
19 september 2022 tot het in behandeling nemen van het EAB.
STELT VASTdat de geschorste overleveringsdetentie is geëindigd.
Aldus gedaan door
mr. J.A.A.G. de Vries, voorzitter,
mrs. G.M. Beunk en D. Hein, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. L.J.F. Ceelie, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 6 december 2022.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.