ECLI:NL:RBAMS:2022:7869
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Vrouw niet ontvankelijk in verzoek tot echtscheiding wegens reeds uitgesproken echtscheiding in Afghanistan
De vrouw verzocht de rechtbank Amsterdam om de echtscheiding tussen haar en de man uit te spreken, stellende dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. De man betwistte dit en stelde dat de echtscheiding reeds op 15 juli 2021 door een Afghaanse rechtbank was uitgesproken en in de Nederlandse Basisregistratie Personen was verwerkt.
De rechtbank oordeelde dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft omdat de gewone verblijfplaats van partijen in Nederland is. Op grond van artikel 10:56 BW Pro is Nederlands recht van toepassing op het verzoek tot echtscheiding. De vrouw voerde aan dat de Afghaanse echtscheiding niet correct tot stand was gekomen omdat zij niet had meegewerkt en dat de documenten onjuist en onvolledig waren. De man stelde dat hij zijn broer had gemachtigd om de echtscheiding namens hem aan te vragen volgens de Sharia, waarna deze rechtsgeldig was uitgesproken en gelegaliseerd.
De rechtbank stelde vast dat een man in Afghanistan zonder medewerking van zijn echtgenote een echtscheiding kan verkrijgen via een gemachtigde en dat de documenten correct gelegaliseerd moeten zijn voor gebruik in Nederland. De vrouw had onvoldoende onderbouwing gegeven dat de documenten niet voldeden aan de vereiste vormen. De gemeente had de documenten gecontroleerd en de echtscheiding ingeschreven in de BRP. Daarom verklaarde de rechtbank de vrouw niet ontvankelijk in haar verzoek tot echtscheiding en zag af van verdere beoordeling van nevenvoorzieningen.
De rechtbank bepaalde dat elke partij de eigen kosten draagt. Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na uitspraak.
Uitkomst: De vrouw wordt niet ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot echtscheiding omdat partijen reeds rechtsgeldig in Afghanistan zijn gescheiden.