Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2022:7900

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
15 december 2022
Publicatiedatum
30 december 2022
Zaaknummer
13.131302.19
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6:31 SvBesluit tenuitvoerlegging jeugdstrafrecht 1994
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging PIJ-maatregel met zes maanden voor verdere resocialisatie van jeugdige

De rechtbank Amsterdam behandelde op 15 december 2022 de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de PIJ-maatregel van een jeugdige die sinds november 2019 onder deze maatregel staat. De maatregel was eerder verlengd tot eind november 2022.

De rechtbank nam kennis van het advies op grond van het Besluit tenuitvoerlegging jeugdstrafrecht 1994, het perspectiefplan en de bevindingen uit de raadkamer met diverse betrokkenen, waaronder gedragswetenschappers, reclasseringswerkers en de werkgever van de jeugdige. De jeugdige heeft een positieve ontwikkeling doorgemaakt, met een stabiele dagbesteding en zelfstandige mobiliteit, en staat op het punt te starten met het STP-traject.

De rechtbank oordeelde dat het in het belang van de jeugdige en de veiligheid van anderen is om de PIJ-maatregel te verlengen. Hoewel de jeugdige al aanzienlijke vooruitgang heeft geboekt, is het noodzakelijk dat hij de kans krijgt om het STP-traject te doorlopen en te oefenen met zelfstandigheid buiten de inrichting, met de mogelijkheid tot snelle terugplaatsing bij problemen. Daarom werd de verlenging niet voor de door het OM gevraagde acht maanden, maar voor zes maanden toegewezen.

De rechtbank wees het verzoek van de raadsman tot voorwaardelijke beëindiging af, omdat dit de mogelijkheden tot begeleiding en interventie zou beperken en het resocialisatieproces zou kunnen belemmeren.

Uitkomst: De PIJ-maatregel van de jeugdige wordt met zes maanden verlengd.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Team Familie & Jeugd
Parketnummers: 13.131302.19
Beslissing op de op 27 oktober 2022 ter griffie van deze rechtbank ingekomen vordering van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam in de zaak tegen:
[veroordeelde] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2003,
thans verblijvende in de Justitiële Jeugdinrichting (hierna: JJI) [detentieplaats] ,
die bij vonnis van deze rechtbank van 20 november 2019 werd veroordeeld tot de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (hierna ook: PIJ-maatregel).
De PIJ-maatregel is laatstelijk bij beschikking van deze rechtbank van
14 december 2021 voor de tijd van twaalf maanden verlengd. Volgens de termijnbrief eindigt de PIJ-maatregel, behoudens verlenging, op 29 november 2022.

De procesgang

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken in de zaak met bovenvermeld parketnummer, waaronder:
- het op 5 oktober 2022 op grond van artikel 14 van Pro het Besluit tenuitvoerlegging jeugdstrafrecht 1994 uitgebrachte advies, strekkende tot verlenging van de PIJ-maatregel met acht maanden, alsmede de daarbij overgelegde aantekeningen;
- het perspectiefplan van 12 december 2022.
De rechtbank heeft op 15 december 2022 de officier van justitie mr. C.R. Zetsma, de veroordeelde [veroordeelde] en diens raadsman, mr. R.J.A. van den Munckhof, advocaat te Amsterdam, de gedragswetenschapper en behandelcoördinator verbonden aan [detentieplaats] , mevrouw [naam 1] , GZ-psycholoog bij De Waag, mevrouw [naam 2] , als reclasseringswerker verbonden aan Reclassering Inforsa, mevrouw [naam 3] , de werkgever van verdachte, de heer [naam 4] , de forensisch coach van verdachte, de heer [naam 5] en de vriendin van [veroordeelde] , mevrouw [naam 6] , in de raadkamer met gesloten deuren gehoord. Hiervan is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.

De vordering

De schriftelijke vordering van de officier van justitie strekt tot het verlengen van de termijn van de PIJ-maatregel met acht maanden. Ter zitting heeft de officier van justitie gepersisteerd bij de vordering.

De beoordeling

Gelet op voormeld advies, het verhandelde in raadkamer en artikel 6:6:31 van Pro het Wetboek van Strafvordering, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen en een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van veroordeelde eisen dat de termijn van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen met
zes maandenwordt verlengd. De rechtbank gaat hiermee voorbij aan het primaire verzoek van de raadsman om de PIJ-maatregel voorwaardelijk te beëindigen. De rechtbank heeft hiertoe het volgende overwogen.
De rechtbank stelt vast dat [veroordeelde] een zeer positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt. Dat is al begonnen binnen de JJI, en is de laatste 2,5 maand voortgezet tijdens zijn onbegeleide verloven buiten de JJI. [veroordeelde] heeft een positieve volledige dagbesteding in de vorm van werk. [veroordeelde] reist vijf dagen in de week zelfstandig van en naar zijn werk. Hij heeft certificaten gehaald voor zijn werk en zijn werkgever is zeer te spreken over [veroordeelde] . [veroordeelde] heeft zelfs de stap van het meerdaagse onbegeleide verlof overgeslagen en kan binnenkort starten met het STP-traject. Er is al een woonplek gevonden. De rechtbank ziet ook dat het in het belang van [veroordeelde] is dat hij zich verder buiten de JJI gaat ontwikkelen. Nu [veroordeelde] nog niet heeft geoefend met het slapen buiten de JJI, is het van groot belang dat het STP-traject, zoals dat de standaard stap is binnen een PIJ-maatregel, wordt doorlopen en wordt gemonitord hoe het gaat. Uitbreiding van de vrijheden met daarbij het feit dat [veroordeelde] de stap van het meerdaagse onbegeleide verlof heeft overgeslagen, zou kunnen zorgen voor een toename van spanningen. Het is dan ook in het belang van [veroordeelde] zijn ontwikkeling dat hij de ruimte en tijd krijgt om te oefenen en voor korte tijd en snel teruggeplaatst kan worden in de JJI, mocht het niet goed gaan. Waarna hij vervolgens weer naar buiten kan om verder te oefenen. De rechtbank acht het daarom van belang dat dit plaatsvindt in het kader van de verlenging van de PIJ-maatregel. Bij een voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel heeft [veroordeelde] minder mogelijkheden om te oefenen. Er kan minder snel worden ingegrepen en ook de gevolgen zijn dan zwaarder. Gelet op de gemaakte stappen acht de rechtbank het van groot belang dat voor de stappen die nog moeten worden gezet voldoende tijd wordt genomen om een terugval te voorkomen of spoedig te kunnen opvangen. Het resocialisatieproces kan immers gepaard gaan met vallen en opstaan.
De meeste jongeren hebben bij de start van hun STP-traject wel meerdaags onbegeleid verlof gehad, maar hebben dan nog geen structurele dagbesteding. Gelet op de positieve ontwikkelingen die hebben plaatsgevonden en het feit dat [veroordeelde] al 2,5 maand een volledige positieve dagbesteding heeft in de vorm van werk, ziet de rechtbank aanleiding de vordering voor een kortere duur toe te wijzen dan gevorderd. De verwachting is niet dat het STP-traject de volle zes maanden hoeft te duren om [veroordeelde] te laten oefenen buiten de JJI. Vier maanden STP wordt als voldoende ingeschat.. De rechtbank acht, anders dan de raadsman, in dit stadium de verlenging van de PIJ-maatregel met zes maanden daarom noodzakelijk.

Beslissing

De rechtbank:
- wijst de vordering van de officier van justitie toe en verlengt de termijn van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen van
[veroordeelde]voornoemd met
6 (zes) maanden;
- wijst de vordering voor het overige
AF.
Deze beschikking is gegeven in openbare raadkamer van deze rechtbank door
mr. M. van der Kaay, voorzitter tevens kinderrechter,
mrs. A.K. Mireku en C.M. Georgiades, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. S. Bien, griffier
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 15 december 2022.