AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Verzoek tot handlichting voor het uitoefenen van een eenmanszaak toegewezen
Verzoekster heeft bij de rechtbank Amsterdam een verzoek ingediend tot het verlenen van handlichting ex artikel 1:235 BWPro, zodat zij zelfstandig overeenkomsten kan aangaan en betalingen kan verrichten voor haar eenmanszaak 'Brand by Bo'.
Tijdens de zitting op 13 december 2022 verscheen verzoekster met haar moeder. Beide ouders, die gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen, stemden in met het verzoek. De rechtbank stelde vast dat aan de wettelijke vereisten was voldaan en dat er geen omstandigheden waren die de toewijzing van het verzoek in de weg stonden.
De kantonrechter besloot dat publicatie van de beschikking in de Staatscourant achterwege kan blijven en dat publicatie op www.rechtspraak.nl volstaat. Daarnaast werd bepaald dat de handlichting binnen 30 dagen na dagtekening bekendgemaakt moet worden in het dagblad 'Het Parool'. De beschikking verleent verzoekster het recht om namens haar eenmanszaak overeenkomsten aan te gaan en betalingen te verrichten tot een bedrag van €5.000.
Uitkomst: Handlichting verleend voor het zelfstandig aangaan van overeenkomsten en verrichten van betalingen tot €5.000 voor eenmanszaak.
Uitspraak
beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht
Sectie Kanton – locatie Amsterdam
Zaaknummer: 10220731 EM 22/611 VB144128
Beschikking van 19 december 2022
Beschikking van de kantonrechter te Amsterdam op een op 1 december 2022 ingekomen verzoekschrift van:
Eva Bo Esselaar,
geboren op [geboortedatum] 2005 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] ,
hierna te noemen verzoekster.
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
Het verzoek strekt tot het verlenen van handlichting aan verzoekster als bedoeld in artikel 1:235 BWPro.
Het verzoekschrift is vervolgens behandeld ter zitting van 13 december 2022, alwaar verzoekster in gezelschap van haar moeder, mevrouw [naam] , is verschenen.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
De ouders, beiden belast met het ouderlijke gezag, hebben verklaard in te stemmen met het verzoek.
Nu niet is gebleken van omstandigheden die inwilliging van het verzoek verhinderen en aan de wettelijke vereisten is voldaan, is het verzoek voor toewijzing vatbaar.
Met betrekking tot de publicatieplicht van de te verlenen handlichting oordeelt de kantonrechter als volgt. Artikel 1:237 BWPro bepaalt dat de beschikking waarin de handlichting is verleend, bekend moet worden gemaakt in de Staatscourant en in twee in de beschikking aan te wijzen dagbladen. De bedoeling van de wetgever is daarbij geweest dat op die manier zo veel mogelijk personen kennis kunnen nemen van de handlichting. Tegenwoordig is echter toegang tot internet voor iedereen beschikbaar en publicatie van de handlichting op internet heeft naar het oordeel van de kantonrechter eenzelfde, zo niet een ruimer bereik dan de nog bij wet voorgeschreven publicatie in de Staatscourant, die bovendien ook nog eens kostbaar is. De kantonrechter zal dan ook bepalen dat publicatie in de Staatscourant achterwege kan blijven en bepalen dat de (door de griffier te initiëren) publicatie van deze beschikking op www.rechtspraak.nl daarvoor in de plaats komt. Mede gelet op het vorenstaande zal één dagblad worden aangewezen waarin verzoekster de haar verleende handlichting dient te laten bekendmaken.
BESLISSING
De kantonrechter:
- verleent Eva Bo Esselaar,voornoemd, handlichting tot het uitoefenen van een eenmanszaak (Brand by Bo) en waarbij haar daartoe ten behoeve van het uitoefenen van dat bedrijf het recht wordt toegekend om overeenkomsten aan te gaan en betalingen te verrichten die het bedrag van € 5.000,00 niet te boven gaan;
- bepaalt dat onderhavige beschikking (door tussenkomst van de griffier) zal worden gepubliceerd op www.rechtspraak.nl;
- bepaalt dat deze handlichting voor rekening van verzoekster zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk 30 dagen na dagtekening van deze beschikking, bekend dient te worden gemaakt in het dagblad “Het Parool”.
Aldus gegeven door mr. T.M.A. van Löben Sels, kantonrechter en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank te Amsterdam van 19 december 2022 in tegenwoordigheid van de griffier.