De rechtbank Amsterdam behandelde een verzoek van de officier van justitie om aanvullende toestemming te verlenen voor de uitbreiding van vervolging van een overgeleverde persoon uit Polen. Het verzoek betrof feiten die vóór de overlevering waren begaan en waarvoor de betrokkene niet was overgeleverd.
Op 16 maart 2022 werd de beslissing aangehouden om de officier van justitie de gelegenheid te geven een vraag te stellen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit over het hoorrecht van de overgeleverde persoon. Op 11 juli 2022 ontving de rechtbank aanvullende informatie waaruit bleek dat het verzoek om aanvullende toestemming door de uitvaardigende justitiële autoriteit was ingetrokken.
Als gevolg van deze intrekking verklaarde de rechtbank de officier van justitie niet-ontvankelijk in zijn vordering tot het in behandeling nemen van het verzoek. De beslissing werd genomen op 14 juli 2022 door de voorzitter en twee rechters, in aanwezigheid van de griffier.