De Rechtbank Amsterdam behandelde op 8 juni 2022 een vordering tot overlevering van een persoon aan België op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Onderzoeksrechter van de Rechtbank van Eerste Aanleg Antwerpen. De opgeëiste persoon, met Spaanse nationaliteit en zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, werd verdacht van georganiseerde of gewapende diefstal, een strafbaar feit volgens Belgisch recht met een maximale vrijheidsstraf van ten minste drie jaar.
De rechtbank onderzocht de identiteit van de opgeëiste persoon en stelde vast dat het EAB voldeed aan de wettelijke eisen. De vraag van detentieomstandigheden in België kwam aan de orde, waarbij de raadsman van de opgeëiste persoon controle op naleving van detentie-eisen wenste. De officier van justitie verwees naar een algemene detentiegarantie van 9 september 2021, waarin de Belgische autoriteiten toezeggen dat overgeleverde personen minimaal drie vierkante meter persoonlijke ruimte in een cel krijgen, en dat zij niet worden opgesloten in afdelingen met grondslapers of niet-afgeschermde sanitaire voorzieningen.
De rechtbank verwees naar eerdere uitspraken waarin werd vastgesteld dat er een reëel gevaar bestond voor onmenselijke of vernederende behandeling in bepaalde Belgische gevangenissen, maar concludeerde dat de algemene detentiegarantie dit gevaar voldoende wegneemt. Er waren geen weigeringsgronden voor overlevering en het EAB voldeed aan de voorwaarden van de Overleveringswet. De rechtbank besloot daarom de overlevering toe te staan.
Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open, waarmee de beslissing definitief is.