ECLI:NL:RBAMS:2022:8043
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid na herbeoordeling
Eiser ontving sinds oktober 2014 een WIA-uitkering wegens een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Het UWV voerde een herbeoordeling uit, waarbij op 18 augustus 2021 een arbeidsongeschiktheid van 33,33% werd vastgesteld, wat leidt tot beëindiging van de uitkering per 23 november 2021. Eiser betwistte dit en stelde dat zijn beperkingen, waaronder PTSS en diverse fysieke klachten, juist waren toegenomen.
De rechtbank oordeelde dat het UWV een zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek had verricht. De verzekeringsarts B&B had alle klachten betrokken en de beperkingen op overtuigende wijze gemotiveerd. Eiser had geen aanvullende medische stukken aangeleverd om meer beperkingen te onderbouwen. De arbeidsdeskundige B&B stelde vast dat eiser geschikt was voor drie alternatieve functies, waarmee hij 66,67% van zijn oude loon kon verdienen, wat overeenkomt met 33,33% arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank verwierp het beroep van eiser, oordeelde dat het besluit van het UWV zorgvuldig en voldoende gemotiveerd was en dat het niet in strijd was met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel of het kenbaarheidsvereiste. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kreeg geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de beëindiging van zijn WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.