De rechtbank Amsterdam behandelde op 5 oktober 2022 de vordering tot overlevering van een persoon aan Duitsland op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Amtsgericht Stuttgart. De opgeëiste persoon werd verdacht van diefstal volgens Duits strafrecht. Tijdens de zitting werd de identiteit van de opgeëiste persoon vastgesteld, waarbij hij verklaarde de Kosovaarse nationaliteit te bezitten en meerdere aliassen te gebruiken.
De verdediging voerde aan dat sprake was van persoonsverwisseling, omdat de naam in het EAB verschilde van de naam van de opgeëiste persoon. De rechtbank onderzocht dit grondig en concludeerde op basis van biometrische gegevens, waaronder vingerafdrukken die via het Progris-systeem waren vergeleken, dat het om dezelfde persoon ging. Ook de bij het EAB gevoegde foto's kwamen overeen met de aangehouden persoon.
De rechtbank stelde vast dat het EAB voldeed aan de wettelijke eisen en dat er geen weigeringsgronden waren voor overlevering. Het verweer van persoonsverwisseling werd verworpen. Op grond hiervan werd de overlevering aan Duitsland toegestaan. Tegen deze beslissing staat geen gewoon rechtsmiddel open.