Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
- het aangaan van een liefdesrelatie met [persoon 1] en/of het misleiden van [persoon 1] door te doen alsof hij een liefdesrelatie met haar had;
- het met gebruikmaking van de gevoelens van [persoon 1] telkens aan haar vragen van geld, waardoor zij in de prostitutie moest blijven werken;
- het meermalen mishandelen van [persoon 1] ;
- het zich op boze/agressieve/dreigende/overheersende/denigrerende toon uiten tegen [persoon 1] ;
- het uitschelden (voor onder andere 'domme hoer') en bespugen van [persoon 1] ;
- het veelvuldig versturen van berichten waarmee hij de verliefdheid van [persoon 1] voedde;
- het veelvuldig versturen van berichten waarin hij om verschillende redenen om geld vroeg aan [persoon 1] ;
- het brengen van [persoon 1] naar prostitutiewerkzaamheden;
- het opwachten van [persoon 1] bij haar prostitutiewerkzaamheden om vervolgens samen naar huis te gaan;
- (een groot deel van) het geld dat [persoon 1] verdiende te ontvangen/af te pakken.
3.Standpunten van partijen
De relatie tussen verdachte en [persoon 1] was ingewikkeld, waarbij jaloezie een grote rol speelde. [persoon 1] had grote moeite met het feit dat er een einde kwam aan de relatie en dat verdachte koos voor een andere vrouw. Het lijkt erop dat [persoon 1] de liefde van verdachte probeerde te kopen in de hoop dat er werd overgegaan tot een huwelijk. Vastgesteld kan worden dat [persoon 1] weleens uit vrije wil geld aan verdachte gaf om haar moverende redenen. Ook heeft verdachte weleens geld ontvangen voor de door hem verleende diensten. [persoon 1] heeft een BMW aan verdachte cadeau gedaan. Er is echter geen bewijs dat sprake is geweest van dwang, geweld, misleiding of misbruik. Er was geen sprake van een uitbuitingssituatie.
4.Het oordeel van de rechtbank
Het gaat om de activiteiten om iemand in de positie te brengen, waarin deze bewogen dan wel gedwongen kan worden zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten.
Het daadwerkelijke bewegen dan wel dwingen tot het verrichten van arbeid en/of diensten is strafbaar gesteld in sub 4.
Het oogmerk van de dader dient te zijn gericht op de uitbuiting, voorwaardelijk opzet is niet voldoende.
Op 4 november 2021 is zij nogmaals als getuige gehoord bij de rechter-commissaris.
Wat zijn jullie harteloos!” In mei 2019 vroeg [persoon 1] verdachte om er een eind aan te maken met [persoon 2] .
€ 2.500,-. Ook is gebleken dat verdachte in deze periode ruim € 7.500,- aan contante stortingen op zijn bankrekening heeft gedaan.
Volgens verdachte ging het om een cadeau, volgens [persoon 1] niet. Gedurende de gehele tenlastegelegde periode heeft verdachte meerdere keren geldbedragen van [persoon 1] ontvangen. Uit de WhatsApp-berichten kan worden afgeleid dat verdachte zelf ook meerdere keren om financiële hulp van [persoon 1] vroeg, waar hij ter terechtzitting over heeft verklaard dat dit inderdaad weleens het geval is geweest. Over de geldbedragen zegt [persoon 1] in zijn algemeenheid dat het leningen waren, en verdachte dat het giften waren of betalingen in ruil voor iets dat hij voor [persoon 1] moest doen. Duidelijk is dat verdachte in ieder geval van de opbrengsten van de prostitutiewerkzaamheden heeft geprofiteerd.
5.De benadeelde partij
6.Beslissing
spreekt verdachte daarvan vrij.
- […]
- […]
- […]
- […]
- […]
- […]
- […]
- […]
- […]
- […]