De rechtbank Amsterdam behandelde twee aan elkaar gevoegde zaken tegen een rechtspersoon die slakken uit de staalproductie verwerkt. Verdachte werd beschuldigd van meerdere milieudelictinbreuken, waaronder het veroorzaken van stofemissies bij opslag en overslag van goederen en het niet melden van een ongewoon voorval.
De rechtbank oordeelde dat de tenlastegelegde stofemissies niet konden worden toegerekend aan het opslaan of overslaan van goederen, mede vanwege een recente uitspraak van de Raad van State die slakputten als onderdeel van het productieproces en niet als opslag bestempelde. Hierdoor werden de meeste beschuldigingen vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs of onjuiste kwalificatie.
Wel werd bewezen verklaard dat verdachte niet had voorkomen dat er op 28 juli 2019 een explosie plaatsvond bij het gieten van slakken, een overtreding van voorschrift 3.13.2 van de omgevingsvergunning. Opzet kon echter niet worden vastgesteld, waardoor alleen de overtredingsvariant bewezen werd. Verdachte kreeg hiervoor een voorwaardelijke geldboete van €5.000 met een proeftijd van één jaar opgelegd.
De rechtbank verklaarde de officier van justitie niet-ontvankelijk voor enkele verjaarde feiten en sprak verdachte vrij van het niet melden van een ongewoon voorval. De strafoplegging hield rekening met de ernst van de overtreding, de omstandigheden en de inspanningen van verdachte om stofemissies te beperken.