Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De vordering en de grondslag daarvan
3.Het wederrechtelijk verkregen voordeel
20 februari 2019 samen met anderen heeft schuldig gemaakt aan straatroven, waarbij (exclusieve) horloges zijn weggenomen van [benadeelde partij 1] , [benadeelde partij 2] , [benadeelde partij 4] en [benadeelde partij 3] . De opsteller van het rapport heeft de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel gebaseerd op de winst die de veroordeelde met de verkoop van deze weggenomen goederen zou hebben verdiend.
[benadeelde partij 1] weggenomen horloge. [2] De rechtbank concludeert dat de verkoop van het horloge verband houdt met het doel dat veroordeelde en zijn medeveroordeelden [medeveroordeelde 1] , [medeveroordeelde 2] en [medeveroordeelde 3] voor ogen hadden met het stelen van het horloge, namelijk op een snelle wijze geld verkrijgen. Daarmee is ook aannemelijk dat de veroordeelden het horloge hebben verkocht met als doel de buit gelijkwaardig te verdelen. De rechtbank gaat er echter vanuit dat de medeveroordeelden [medeveroordeelde 1] en [medeveroordeelde 3] niet hebben meegedeeld in de opbrengst van de verkoop van het horloge, omdat zij kort na het incident zijn aangehouden en in het kader van de voorlopige hechtenis in hun strafzaak gedetineerd raakten. De rechtbank zal het wederrechtelijk verkregen voordeel voor veroordeelde daarom vaststellen op de helft van € 3.020,00, omdat aannemelijk is dat veroordeelde de buit alleen met medeveroordeelde [medeveroordeelde 2] heeft gedeeld. Het wederrechtelijk verkregen voordeel voor veroordeelde wordt daarom vastgesteld op de helft van € 3.020,00, namelijk op € 1.510,00.
4.De verplichting tot betaling
4.Toepasselijke wettelijke voorschriften
5.Beslissing
[veroordeelde]de verplichting tot betaling van
€ 5.823,33. (vijfduizendachthonderddrieëntwintig euro en drieëndertig eurocent) aan de Staat.