ECLI:NL:RBAMS:2022:8214
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot tenuitvoerlegging arbitraal vonnis niet-ontvankelijk wegens lopende cassatieprocedure
CW Travel Holdings N.V. (CWTH) verzocht de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam om voorwaardelijk verlof te verlenen tot tenuitvoerlegging van een arbitraal vonnis uit 2015. Dit verzoek werd gedaan terwijl een cassatieprocedure bij de Hoge Raad nog aanhangig was, waarin werd betwist of het gerechtshof Amsterdam bevoegd was om het verzoek tot erkenning en tenuitvoerlegging te behandelen.
De voorzieningenrechter overwoog dat het voorwaardelijke verzoek niet ontvankelijk kon worden verklaard omdat hetzelfde verzoek al in behandeling was bij de Hoge Raad. De voorbeelden van voorwaardelijke verzoeken die CWTH aanvoerde, betroffen situaties waarin het verzoek aanhangig was bij dezelfde rechter, niet bij een hogere rechter. De voorzieningenrechter benadrukte dat de Hoge Raad ook over het verzoek tot tenuitvoerlegging oordeelt, zij het beperkt tot de bevoegdheidsvraag.
Verder werd overwogen dat het belang van CWTH bij spoedige behandeling begrijpelijk is, maar dat de procedure bij de Hoge Raad al geruime tijd loopt en dat na verwijzing naar de voorzieningenrechter de behandeling binnen een redelijke termijn kan plaatsvinden. Een mondelinge behandeling werd niet noodzakelijk geacht omdat CWTH haar standpunten schriftelijk voldoende had toegelicht.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het verzoek niet-ontvankelijk is en wees het af. Deze beslissing dient ook de proceseconomie en voorkomt dat de voorzieningenrechter een verzoek behandelt dat mogelijk door de Hoge Raad zelf wordt afgedaan.
Uitkomst: Verzoekster is niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot tenuitvoerlegging van het arbitraal vonnis vanwege lopende cassatieprocedure.