Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
the Regional Court in Poznań(Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Identiteit van de opgeëiste persoon
2.Procesgang en ontvankelijkheid van de officier van justitie
the Regional Court in Poznań(hierna: het EAB). Op 24 mei 2022 is de opgeëiste persoon aangehouden en in verzekering gesteld op grond van dat EAB. De tenuitvoerlegging van het bevel tot inverzekeringstelling is opgeschort ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een detentie uit anderen hoofde.
.De officier van justitie heeft vervolgens een nieuwe vordering ingediend. Deze vordering dateert van 23 september 2022 (met parketnummer 13/242370-22) (hierna: vordering II).
nadie zitting door de officier van justitie is ingetrokken. [1] De rechtbank overweegt dat het intrekken van de vordering I onder deze omstandigheden niet tot gevolg heeft dat de rechtbank geen inhoudelijke beslissing meer moet nemen op die vordering. De rechtbank komt daarom toe aan een inhoudelijke beoordeling van vordering I.
3.Grondslag en inhoud van het EAB
cumulative judgment of the District Court in Gnieznovan 20 maart 2015 (referentie: II K 1010/14), waarin een voorwaardelijke straf is opgelegd.
cumulative judgmentliggen de volgende twee vonnissen ten grondslag:
- een vonnis van
- een vonnis van
the Poznań District Court(VIII Ko 1343/17).
4.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro
[strafzaak] [2] volgt dat een beslissing tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf niet valt onder de reikwijdte van artikel 4 bis Pro Kaderbesluit 2002/584/JBZ, voor zover een dergelijke beslissing geen wijziging brengt in de aard of de hoogte van de aanvankelijk opgelegde straf. Uit de stukken is niet gebleken dat de beslissing tot tenuitvoerlegging een wijziging in de aard of de hoogte van de aanvankelijk aan de opgeëiste persoon opgelegde straf heeft gebracht. De rechtbank zal de tenuitvoerleggingbeslissing dus niet toetsen aan artikel 12 OLW Pro.
II K 741/13en
II K 344/14vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van vonnissen terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissingen heeft geleid, en die – kort gezegd – zijn gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, sub a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan. Verder is geen garantie als bedoeld in artikel 12, sub d, OLW verstrekt.
5.Strafbaarheid: feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
diefstal;
diefstal, meermalen gepleegd;
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.
6.Beroep op gelijkstelling met een Nederlander (artikel 6a OLW)
7.Artikel 11 OLW Pro
8.Voorwaardelijk verzoek in verband met lopende strafzaken
9.Slotsom
10.Toepasselijke wetsbepalingen
11.Beslissing
[opgeëiste persoon]aan
the Regional Court in Poznań(Polen) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.