De zaak betreft een verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, geboren in 2008, die momenteel verblijft bij een jeugdhulpaanbieder in Amsterdam. De kinderrechter hield rekening met een eerdere beschikking van mei 2022, waarin de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing reeds waren verlengd.
Tijdens de zitting op 8 december 2022, die met gesloten deuren plaatsvond, werd het resterende deel van het verzoek behandeld. De minderjarige werd apart gehoord en gaf aan dat het goed met haar gaat, maar dat ze niet zeker weet of ze al klaar is om terug naar huis te gaan. De moeder gaf aan dat zij wil dat de minderjarige weer bij haar komt wonen, eventueel met verblijf bij Kenazorg in het weekend, maar erkent ook de onveiligheid en de noodzaak van hulpverlening.
De kinderrechter constateerde dat er nog steeds ernstige zorgen zijn over de veiligheid en het welzijn van de minderjarige. Er is sprake van conflicten tussen moeder en kind, gebrek aan begeleiding door een gezinsmanager en stagnerende hulpverlening. Gezien de escalatie van de situatie bij terugkeer naar de moeder en het ontbreken van een nieuwe gezinsmanager, is het noodzakelijk de machtiging tot uithuisplaatsing te verlengen. De beschikking werd dan ook toegewezen en de machtiging verlengd tot uiterlijk 11 juni 2023.