Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
vonnis van de kantonrechter
[opposante]
de besloten vennootschap [geopposeerde] B.V.
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
21-9732 van 27 juli 2021;
Rechtbank Amsterdam
In deze civiele zaak vordert [geopposeerde] betaling van een openstaande factuur van een tandartsbehandeling aan [opposante]. [opposante] was ten tijde van het sluiten van de behandelingsovereenkomst onder bewind gesteld. De factuur werd niet betaald en er werd een verstekvonnis gewezen, waartegen [opposante] verzet heeft ingesteld.
De kantonrechter oordeelt dat artikel 1:458 BW Pro niet van toepassing is omdat er geen mentorschap was benoemd naast het bewind. De toestemming van de bewindvoerder was daarom vereist voor het sluiten van de overeenkomst. De tandarts had het openbare register kunnen raadplegen waar het bewind was ingeschreven, maar heeft dit nagelaten.
Omdat de tandarts het bewind kende of behoorde te kennen, kan de vordering niet op de onder bewind staande goederen worden verhaald volgens artikel 1:440 BW Pro. De vordering tot betaling van de factuur, inclusief incassokosten en rente, wordt daarom afgewezen. Het verstekvonnis wordt vernietigd en [geopposeerde] wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot betaling van de tandartsfactuur wordt afgewezen en het verstekvonnis vernietigd.