Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
- de Curator voornoemd,
- mr. Stücken voornoemd,
- de heer [naam] , bestuurder van RBG en PIT,
- mr. Hazewinkel voornoemd.
1.De feiten
2.Het geschil
3.De beoordeling
Betalingen aan PIT
2.228,00(2,0 punten × tarief € 1.114,00)
Rechtbank Amsterdam
Op 7 juli 2021 werd het faillissement van [gefailleerde] B.V. aangevraagd. De rechtbank verleende op 13 augustus 2021 een afkoelingsperiode van twee maanden, die op 5 november 2021 niet werd verlengd. Tijdens deze periode en daarna verrichtte [gefailleerde] betalingen aan PIT en RBG.
De curator stelde dat deze betalingen paulianeus waren en vernietigd moesten worden. PIT en RBG voerden verweer, onder meer dat PIT niet op de hoogte was van het einde van de afkoelingsperiode en dat betalingen aan PIT verplichte rechtshandelingen waren.
De rechtbank oordeelde dat PIT en haar bestuurder wel degelijk wetenschap hadden van het faillissement en het einde van de afkoelingsperiode. De betalingen na afloop van de afkoelingsperiode waren daarom paulianeus en vernietigbaar. Verrekening door PIT werd afgewezen. Ook de betaling aan RBG was paulianeus. PIT en RBG werden veroordeeld tot terugbetaling met wettelijke rente. PIT werd tevens veroordeeld in proceskosten.
Uitkomst: Betalingen na afloop afkoelingsperiode zijn paulianeus en vernietigd; PIT en RBG veroordeeld tot terugbetaling met rente en proceskosten.