Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van
1 november 2022 in de zaak tussen
[eiseres] , te [plaats] , eiseres,
de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, verweerder
.
Rechtbank Amsterdam
Eiseres parkeerde haar auto op 5 maart 2022 op een parkeerterrein waar betaald parkeren geldt, maar betaalde geen parkeerbelasting. De gemeente legde haar daarom een naheffingsaanslag op. Eiseres voerde aan niet op de hoogte te zijn van de gewijzigde parkeersituatie, mede door de coronapandemie en het feit dat het donker was toen zij parkeerde. De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar ongegrond en verlaagde het aantal naheffingsaanslagen van acht naar vijf.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar voldoende had voldaan aan zijn informatieplicht door duidelijke borden en parkeerautomaten te plaatsen en de uitbreiding van het betaald parkeren kenbaar te maken via gemeentelijke publicaties. Eiseres had haar onderzoeksplicht niet nageleefd door niet te controleren of betaald parkeren van toepassing was.
De rechtbank vond de hoogte van de naheffingsaanslag passend conform de Gemeentewet en wees het beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd mondeling gedaan op 1 november 2022 door rechter A.M. van der Linden-Kaajan.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard.