De rechtbank Amsterdam heeft op 7 juli 2022 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van medeplichtigheid aan wederrechtelijke vrijheidsberoving van een vrouw en haar kinderen en van bezit van vuurwapens en munitie.
De rechtbank sprak verdachte vrij van de wederrechtelijke vrijheidsberoving omdat onvoldoende bewijs bestond voor betrokkenheid en opzet. Wel werd bewezen verklaard dat verdachte op 2 januari 2020 in Amsterdam een pistool en munitie in zijn auto had, maar niet dat hij het wapen samen met anderen voorhanden had.
De officier van justitie eiste 9 maanden gevangenisstraf, de verdediging vroeg rekening te houden met persoonlijke omstandigheden en het voorarrest. De rechtbank legde een gevangenisstraf op van 3 maanden met aftrek van voorarrest en een taakstraf van 240 uur, mede vanwege de overschrijding van de redelijke termijn.
Verder werden beslagbeslissingen genomen: geldbedrag werd teruggegeven, het pistool en munitie werden onttrokken aan het verkeer, en een iPhone werd in bewaring gesteld. De vorderingen van benadeelde partijen werden niet-ontvankelijk verklaard vanwege de vrijspraak op het feit van wederrechtelijke vrijheidsberoving.