Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Proces-verbaal van mondelinge uitspraak op 3 februari 2022
- de heer [naam 1] ,
- de heer [naam 2] ,
- mr. R.R.E. Roosjen, kantoorgenoot van mr. van Someren Gréve,
- de heer [naam 3] , CEO van PIAM,
- mevrouw [naam 4] , case manager PIAM,
- de heer S. Beukel, tolk,
- de heer [naam 5] , niet-uitvoerend bestuurder van PIAM
- mr. D. Bosscher, voornoemd.
1. De gronden van de beslissing
- € 71.422,98 (zegge: eenenzeventigduizend vierhonderdtweeëntwintig euro en achtennegentig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119a BW vanaf 9 juli 2021 tot aan de dag van algehele voldoening; en
- € 121.547,12 (zegge: honderdeenentwintig vijfhonderdzevenenveertig euro en twaalf cent, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119a BW vanaf 30 maart 2021 tot aan de dag van algehele voldoening; en
- € 47.549,95 (zegge: zevenenveertigduizend vijfhonderdnegenenveertig euro en vijfennegentig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119a BW vanaf 24 april 2021 tot aan de dag van algehele voldoening; en