Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.[gedaagde 1] ,
[gedaagde 2],
1.De procedure
- het tussenvonnis van 22 september 2021;
- de reactie op tussenvonnis, van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] ;
- de antwoordakte, met producties, van [eiseres] ;
- de rolbeslissing van 2 februari 2022, waarbij een akte van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] is geweigerd;
- de akte n.a.v. de producties van eiseres van 22 december 2021, van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] .
2.De verdere beoordeling
zonder dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] een verwijt zou kunnen worden gemaakt”. Volgens [eiseres] kan zij [gedaagde 1] en [gedaagde 2] de oninbaarheid van haar vordering bij Spaceward wel degelijk verwijten. Dat blijkt volgens haar onder meer uit de producties die zij laatstelijk in het geding heeft gebracht.