Eiser ontving een besluit van het UWV waarin zijn Wajong-uitkering voor een bepaalde periode met 25% werd verlaagd. Tegen dit besluit stelde eiser bezwaar in, maar het bezwaar werd door het UWV niet-ontvankelijk verklaard omdat de gronden te laat waren ingediend. Eiser diende de gronden pas na de gestelde termijn in, waarna hij beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was. Dit vanwege telefonisch contact tussen eiser en verweerder, de medische situatie van eiser en zijn bijzondere persoonskenmerken die een meer klantvriendelijke benadering vereisten. De rechtbank nam ook mee dat eiser door schuldgevoelens tijdelijk struisvogelgedrag vertoonde, waardoor hij zijn post niet opende. Dit gedrag werd niet als een psychotische episode gezien, maar wel als een reden voor de late indiening.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en beval het UWV om binnen zes weken een nieuw besluit te nemen dat rekening houdt met deze omstandigheden. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiser.