ECLI:NL:RBAMS:2022:975
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring klaagschrift tot opheffing beslag op woning na veroordeling en lopende ontnemingsprocedure
De beslagene, veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie en medeplegen van gewoontewitwassen, verzocht via een klaagschrift ex artikel 552a Sv om opheffing van het beslag op zijn appartementsrecht. Dit beslag was gelegd op grond van artikel 94a Sv ter bewaring van het recht van verhaal in een ontnemingsprocedure van ruim twee miljoen euro.
De beslagene wilde het beslag opheffen om een nieuwe hypotheek te vestigen ten gunste van zijn ex-schoonmoeder, nadat de bank de bestaande hypothecaire leningen had opgezegd. Het Openbaar Ministerie verzette zich tegen dit verzoek vanwege vermoedens van schijn- en witwasconstructies en het belang van de strafvordering.
De rechtbank oordeelde dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter de ontnemingsvordering zal toewijzen, gelet op de veroordeling en de lopende ontnemingsprocedure. Tevens biedt artikel 552a Sv geen grondslag om het Openbaar Ministerie te dwingen mee te werken aan de voorgestelde zekerheidsstelling.
Daarom verklaarde de rechtbank het klaagschrift ongegrond. Tegen deze beslissing staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het klaagschrift tot opheffing van het beslag op de woning wordt ongegrond verklaard.