Klager heeft een klaagschrift ingediend tegen de inbeslagname van zijn mobiele telefoons tijdens een huiszoeking uitgevoerd op grond van een Europees onderzoeksbevel (EOB) uit België. Hij vordert de teruggave van zijn iPhone X en iPhone 11 Pro Max, mede vanwege persoonlijke waarde zoals foto's van zijn overleden vader.
De officier van justitie stelt dat de telefoons mogelijk belangrijke gegevens bevatten voor het strafrechtelijk onderzoek in België en dat het belang van de strafvordering het voortduren van het beslag vereist. De rechtbank toetst het klaagschrift aan artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, waarbij het belang van de strafvordering centraal staat.
Uit het dossier blijkt dat het onderzoek nog loopt en dat de inbeslagname van de telefoons kan leiden tot het vinden van bewijsmiddelen die van belang zijn voor het onderzoek. De rechtbank gaat uit van de juistheid van deze mededeling en ziet geen reden om hiervan af te wijken.
De rechtbank oordeelt dat het voortduren van het beslag noodzakelijk is voor de waarheidsvinding en dat geen weigeringsgronden van toepassing zijn. Het klaagschrift wordt daarom ongegrond verklaard. De officier van justitie heeft toegezegd zich in te spannen voor een zo spoedig mogelijke teruggave zodra de Belgische autoriteiten de telefoons niet meer nodig hebben.