ECLI:NL:RBAMS:2023:1001
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens schending motiveringsbeginsel bij ingangsdatum IVA-uitkering
Eiseres maakte bezwaar tegen de vaststelling van de ingangsdatum van de IVA-uitkering van de werkneemster, die door het UWV was vastgesteld op 15 juli 2021, later aangepast naar 13 juli 2021. De rechtbank beoordeelde het beroep en stelde vast dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd waarom de uitkering niet met 52 weken terugwerkende kracht, dus per 13 juli 2020, werd toegekend.
De rechtbank wees op artikel 64, elfde lid, van de WIA, dat bepaalt dat een uitkering niet verder terugwerkend dan 52 weken voor de aanvraag kan worden toegekend, tenzij sprake is van een bijzonder geval. Het UWV had niet aannemelijk gemaakt dat er geen sprake was van duurzame volledige arbeidsongeschiktheid op dat moment en had onvoldoende rekening gehouden met medische informatie van de GGZ.
Daarom oordeelde de rechtbank dat het bestreden besluit in strijd was met het motiveringsbeginsel uit artikel 3:46 van Pro de Awb en vernietigde het besluit. De rechtbank droeg het UWV op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen, en veroordeelde het UWV tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit over de ingangsdatum van de IVA-uitkering wordt vernietigd met opdracht tot nieuw besluit binnen acht weken.