Op 25 november 2022 pleegde verdachte een diefstal van etens- en drinkwaren bij een Albert Heijn in Amsterdam. Nadat hij werd betrapt door een beveiliger, gebruikte verdachte geweld om te ontsnappen, waarbij de beveiliger letsel opliep. Verdachte gaf een bekennende verklaring over de diefstal, maar ontkende het geweld, wat door de rechtbank niet geloofwaardig werd geacht.
De rechtbank oordeelde dat het bewezen is dat verdachte de diefstal heeft gepleegd en dat deze is gevolgd door geweld tegen de beveiliger, met het oogmerk om te vluchten of het bezit van het gestolene te verzekeren. Verdachte is strafbaar en er is geen rechtvaardigingsgrond aanwezig.
De officier van justitie vorderde een ISD-maatregel van twee jaar zonder aftrek van voorarrest. De rechtbank stelde vast dat aan de harde criteria van artikel 38m Sr is voldaan, waaronder eerdere onherroepelijke veroordelingen en het gepleegde misdrijf. De zachte criteria zijn ook vervuld, gezien de verslavingsproblematiek, instabiele leefomstandigheden en het ontbreken van alternatieven.
De rechtbank wees het verzoek van de verdediging voor een voorwaardelijke ISD-maatregel of gevangenisstraf af, omdat verdachte onvoldoende gemotiveerd is voor terugkeer naar zijn land van herkomst en de problematiek niet zelfstandig kan aanpakken. De ISD-maatregel wordt voor de maximale duur van twee jaar opgelegd zonder tussentijdse toetsing, met als doel recidive te voorkomen en behandeling mogelijk te maken.
De maatregel is gebaseerd op artikelen 38m, 38n en 312 Sr en is op 28 februari 2023 uitgesproken door de rechtbank Amsterdam.