De rechtbank Amsterdam behandelde de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de PIJ-maatregel tegen de veroordeelde, die sinds 21 februari 2018 onder deze maatregel viel. De maatregel was eerder verlengd tot 6 maart 2023. De officier van justitie wilde verlenging met twaalf maanden, terwijl de verdediging afwijzing vorderde vanwege stagnatie in het PIJ-traject en het ontbreken van noodzaak voor verlenging.
Tijdens de zitting op 15 februari 2023 werd vastgesteld dat het recidiverisico van de veroordeelde matig tot hoog is, maar met een ruime marge. De frustratietolerantie blijft een aandachtspunt. De deskundige adviseerde verlenging, maar de rechtbank concludeerde dat de maatregel niet langer in het belang is van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van de veroordeelde.
De rechtbank overwoog dat sinds de vorige verlenging weinig vooruitgang is geboekt, met vertragingen in therapie en begeleiding, en onduidelijkheid over het toekomstperspectief. De behandeling binnen de inrichting voor jeugdigen (JJI) lijkt zijn maximale effect te hebben bereikt. Voortzetting van de onvoorwaardelijke PIJ-maatregel zou waarschijnlijk leiden tot terugval.
Daarom wees de rechtbank de vordering af en bepaalde dat de PIJ-maatregel per 6 maart 2023 van rechtswege voorwaardelijk eindigt. De veroordeelde zal onder toezicht en begeleiding van de reclassering blijven staan, met mogelijke aanvullende voorwaarden. Een zitting wordt gepland om deze voorwaarden vast te stellen.