Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , uit Amsterdam, eiseres
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Rechtbank Amsterdam
Eiseres, dakloos verklaard, kreeg met urgentie een woning toegewezen en vroeg bijzondere bijstand aan voor inrichtingskosten, eerste huur en waarborgsom. Verweerder kende bijzondere bijstand toe voor eerste huur en waarborgsom en een lager bedrag dan gevraagd voor inrichtingskosten, gebaseerd op een draagkrachtberekening.
Eiseres stelde dat haar studiefinanciering ten onrechte als inkomen werd meegeteld bij de draagkrachtberekening. Verweerder had de draagkracht berekend over de periode 1 april 2022 tot en met 31 maart 2023, met als uitgangspunt het inkomen van 31 januari tot 27 maart 2022. Daarbij werd het normbedrag van de studiefinanciering volgens de Wet studiefinanciering 2000 meegenomen.
De rechtbank oordeelde dat de draagkrachtberekening juist was uitgevoerd, omdat artikel 33, tweede lid van de Participatiewet dwingend voorschrijft dat studiefinanciering in aanmerking moet worden genomen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Eiseres krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot toekenning van bijzondere bijstand voor inrichtingskosten wordt ongegrond verklaard.