In deze zaak vordert moeder geen omgang met de gezamenlijke dochter vanwege vermoedens van seksueel misbruik door vader, terwijl vader de voortzetting van de bestaande omgangsregeling van ongeveer 50/50 verlangt. De rechtbank houdt rekening met het belang van het kind en de ernstige beschuldigingen, maar constateert dat deze uitsluitend berusten op verklaringen van een ander kind uit een eerdere relatie van moeder, zonder concreet bewijs of aangifte.
De rechtbank benadrukt het belang van omgang tussen vader en dochter en weegt dit tegen de beschuldigingen af. Gezien het ontbreken van aanwijzingen dat vader zich onacceptabel tegenover de dochter zou gedragen en het feit dat de dochter geen zorgelijk gedrag vertoont, wordt de bestaande omgangsregeling gehandhaafd. Daarnaast wordt een dwangsom opgelegd om naleving af te dwingen.
De rechtbank wijst ook het verzoek van moeder af om vader te verbieden zich beledigend uit te laten, vanwege onvoldoende zwaarwegende gronden. Wel wordt vastgesteld dat ouders zich niet negatief over elkaar in het bijzijn van het kind mogen uitlaten. Tot slot verwijst de rechtbank de ouders naar het Jeugdteam voor begeleiding om de communicatie te verbeteren en houdt de zaak pro forma aan voor een vervolg op 27 april 2023.