De moeder verzoekt de rechtbank om een omgangsregeling met haar kind vast te stellen, dat zij sinds 2019 niet heeft gezien, en tevens een informatieregeling. De William Schrikker Stichting (WSS), belast met de voogdij, voert verweer en stelt dat contactherstel schadelijk zou zijn voor het kind vanwege diens complexe problematiek, waaronder hechtingsstoornissen en vermoedens van seksueel misbruik.
De rechtbank overweegt dat het belang van het kind voorop staat en dat het kind recht heeft op omgang met zijn ouders, tenzij dit ernstige nadelen oplevert. Gezien de onduidelijkheid over de associatie van het kind met het begrip 'mama' en het belang van identiteitsontwikkeling, bepaalt de rechtbank dat de WSS het kind statusvoorlichting over de moeder moet geven binnen een maand. Vervolgens mag de moeder maandelijks kaartjes sturen die samen met het kind besproken worden.
De rechtbank wijst tevens een informatieregeling toe op grond van artikel 1:377c BW, zodat de moeder maandelijks schriftelijk wordt geïnformeerd over de ontwikkeling, gezondheid en schoolprestaties van het kind. De verdere behandeling van de zaak wordt aangehouden voor zes maanden om de voortgang te monitoren.